De Rotterdammert

De Rotterdammer noemt zichzelf zo, een Rotterdammert. Met een natte T, een rollende R en nadruk op de ‘dam’. De Rotterdammer spreekt met een accent, waar soms een woordje straattaal tussen glipt. Dat het lidwoord soms niet klopt, dat hij van het woord ‘zij’ ‘hun’ maakt en een eigen slang verzint, deert niet. Hij verspreekt zich met trots. Een taal op zich. Prachtig vindt hij het.

De Rotterdammer is hard, maar zijn hartje kleiner. Nooit te beroerd om te werken en altijd voor iedereen klaarstaan. Niet lullen maar poetsen, zet ‘m op hé! Hij werkt zich liever vier slagen in de rondte, dan dat hij om hulp vraagt. Mouwen opstropen, schouders eronder, niet zeiken. De oude Rotterdammer heeft zijn rug waarschijnlijk versleten in de haven, de jonge Rotterdammer moet er niet aan denken. Toch is dat riviertje belangrijk. Gefascineerd kijkt hij naar schepen, pijpleidingen en containers. Zijn stad.

De Rotterdammer is fel, recht door zee en houdt zelden zijn mond. Voor sommigen nors en onvriendelijk, voor anderen betrouwbaar en eerlijk. Het interesseert hem niet. Als het je niet bevalt, flikker je toch lekker op? Naar Amsterdam desnoods. Een échte Rotterdammer doet dat toch niet.

De Rotterdammer is Kaapverdiaans, Marokkaans, Turks, Nederlands, Surinaams, Antilliaans, Italiaans, Ghanees en Tibetaans. 174 nationaliteiten onder een havendakje. De Rotterdammer mengt zich prima, voelt zich thuis en kijkt niet naar afkomst of religie. Heeft vrienden voor het leven in alle hoeken van de stad. Lekker boeiuh waar iemand vandaan komt.

De Rotterdammer is geknakt, gekwetst en heeft het één en ander gezien. Sommigen verloren alles in de oorlog, anderen verloren hetzelfde in een straatgevecht of door een ziekte. Het harde leven breekt hem niet. Het brengt hem verder. Zijn bagage draagt hij waardig met zich mee. Dat maakt hem een vechter.

De Rotterdammer is een hooligan, een alto, een hiphopper, een skater, een hipster en een yup. Niet voor één gat te vangen. Een omnivoor in de breedste zin van het woord. De ene dag in voetbalkleding op het veld en de dag erna in een pak op het werk. Op een feestje chique, op de bank chill. Hij duikt van het Zomercarnaval de buurtkroeg in. Gezelligheid, daar houdt hij van.

De Rotterdammer is voor Sparta, Excelsior of Feyenoord. Maar wanneer Feyenoord tegen Ajax moet, scharen ze zich allemaal achter het Rotterdamse clubje. Gezamenlijk een potje janken wanneer ‘die joden’ toch weer winnen. Schreeuwen dat zij de volgende wedstrijd de gelukkige zijn. Hoopvol. Trouw. Standvastig.

De kleine Rotterdammer wil niet op klassenreisje naar de Spido, de Euromast of het Maritiem Museum. Zodra hij ouder is, weet hij niet hoe hard hij ernaartoe moet hollen. Jeugdsentiment, noemt de Rotterdammer dit. De Rotterdampas heeft een ereplek in zijn portemonnee. Hij gaat er gratis mee naar Blijdorp of Boijmans.

De Rotterdammer houdt van zeiken. Het weer, de RET en de opgebroken wegen moeten het dagelijks ontgelden. Hij snapt er geen flikker van. Als het makkelijk kan, waarom dan moeilijk doen? De harde schreeuw wordt na tien tellen vervangen door een lach. Hij vergeet zijn frustratie.

De Rotterdammer is creatief, rapt, danst, zingt, componeert, tekent, schrijft en speelt toneel. Wanneer hij dat niet doet, sport hij wel eens. Hij wandelt door het Kralingse Bos, racet op zijn fietsje door het centrum en hijgt de longen uit zijn lijf op de Erasmusbrug. De Rotterdammer heeft vaak geen auto omdat hij zich niet ‘de pleuris wil betalen aan parkeergeld’. Een fietsje is snel en goedkoop, net als een paar skates. Het OV is een puinhoop, maar zit altijd stampvol.

De Rotterdammer heeft een haat-liefdeverhouding met zijn stad. Hij verafschuwt openbare kunstwerken, maar huilt tranen met tuiten wanneer er eentje verkocht wordt. Wanneer hij op vakantie is, kan hij niet wachten om weer thuis te komen. De aanblik van de betonnen gebouwen en stalen bruggen brengen hem in vervoering. Keer op keer. De combinatie van oud, nieuw, lelijk en mooi snapt alleen hij. Daar is hij Rotterdammer voor.

De Rotterdammer heeft maar één grote liefde. Die liefde vlamt in zijn hart, stroomt door zijn aderen en brandt op zijn tong. Voor die liefde gaat hij op zijn blote knieën door het vuur. Voor die liefde loopt hij over water, danst hij op de maan en wandelt hij over glas. Die liefde is onvoorwaardelijk. Hij sterft nog liever dan dat hij haar in de steek laat. Rotterdam, zijn stad. De stad van alle Rotterdammers.

10 thoughts on “De Rotterdammert”

  1. Leuk stukje! Ik ben zelf opgegroeid in een dorp 13 km van Rotterdam vandaan. We moesten niet zo veel van Rotterdammertjes hebben: grote mond, stadse mannetjes, kapsones! Ik werd later tijdens een studie op video opgenomen. En wat bleek: Ik sprak best wel met een soort Rotterdams accent! Ik vond dat eigenlijk wel een beetje erg! Moest er ook wel wat om lachen! Ja het kan verkeren! Ik spreek ook vaak een “t” uit waar het niet hoort: Ik gaat. Ik doet. enz. Ik schrijf ook vaak: Ik wordt met “dt”. Gaat automatisch!

  2. Lees het nu voor het eerst, wat een superherkenbare punten zeg! Het lijkt of iemand een beschrijving geeft van mijzelf en mijn superstad. Woon sinds een jaar of 7 niet meer hier maar ik moet gewoon eens in de 2/3 weken naar mijn stad toe. Dan parkeer ik mijn auto op Zuid, pak lijn 20 en mijn hart gaat open als ik over de erasmusbrug ga.

  3. Brenda, je stukje in de Oud-Rotterdammer van 24 januari j.l. vond ik prachtig geschreven. Ben 73 jaar en heb 25 jaar in Rotterdam gewoond en ben en blijf van binnen toch altijd een Rotterdammert. Heb ook 2 jaar gevaren op de “SS ROTTERDAM” en al vele malen op het schip geweest in Rotterdam Katendrecht. Woon nu al 48 jaar in Bodegraven maar er is maar 1 Rotterdam. Lees ook altijd de Oud-Rotterdammer. Gegroet, Jan.

  4. Wat leuk om te lezen. Mijn tante van bijna 82 stuurde dit artikel uit “De Oud-Rotterdammer” naar mij op. Wij wonen allebei niet meer in Rotterdam maar ik zeg altijd: “Je kan het meissie wel uit Rotterdam halen maar Rotterdam niet uit het meissie!”.

    Vriendelijke groeten van
    Marina

  5. schit-ter-end,typisch rotterdams,mis alleeen de prentjes erbij,die toen in de oud rotterdam bijzaten.ja,ben ras-rotterdammer,effe wat te zeiken.haha

Leave a Reply

Your email address will not be published. Required fields are marked *

Brenda\\\\\\\'s Anti-spam *