Deel 1: Vrouwen in het kalifaat ‘Mama, ik ga’

Geschreven voor De Groene Amsterdammer (november 2014)

Naar schatting 35 tot 50 jonge Nederlandse vrouwen zijn vertrokken naar het kalifaat van Islamitische Staat. Moeder Monique vond vorige week dochter Aïcha terug aan de Turks-Syrische grens. ‘Ik had niet verwacht dat ze nog zou leven.’ 

MONIQUE LEEFDE maanden op sigaretten en koffie. Slapen lukte amper, hooguit een paar uur per nacht. En als ze eenmaal sliep, hoorde ze haar roepen: ‘Mama, doe eens open.’ Maar haar negentienjarige dochter Aïcha (de naam die ze na haar bekering aannam) stond nooit voor de deur. Die woonde in Raqqa of Al Bab, Syrische steden die overgenomen zijn door islamitische militanten. Tenminste, dat vermoedde Monique, want van de ene op de andere dag werd Aïcha’s telefoon niet meer beantwoord en bleven de dagelijkse updates op Facebook achterwege.

Aïcha was gescheiden van de Nederlandse ex-militair Yilmaz, de strijder voor wie ze naar Syrië vertrok. Van de informatie die Monique persoonlijk van Yilmaz kreeg, werd ze niet veel wijzer. Kortaf vertelde hij haar dat Aïcha met een strijder van Islamitische Staat (IS) was getrouwd en naar Raqqa was verhuisd.

‘Het paradijs ligt onder de voeten van je moeder’, zei de profeet Mohammed ooit. Monique heeft in de afgelopen maanden vaak aan deze zin moeten denken tijdens haar zoektocht naar haar dochter. Zeven maanden lang onderhield ze contact met Nederlandse jihadistes in Syrië en met beheerders van jihadistische Facebookpagina’s. Een hechte gemeenschap, maar geen van hen had Aïcha ooit nog gezien. Ze nam de vader van de Belgische terugreiziger Jejoen Bontinck in de armen, die beweert Europese jongeren te kunnen opsporen, en vroeg de Belgische jihadonderzoeker Montasser AlDe’emeh om hulp. Het leverde allemaal niets op. En van de Nederlandse autoriteiten kreeg ze geen enkel begrip, laat staan hulp, vertelde Monique.

Ze werd met de dag onrustiger, was ervan overtuigd dat er iets vreselijks met Aïcha was gebeurd. Als niemand mij kan of wil helpen, ga ik zelf naar Syrië, dacht Monique. Eind oktober vertrok ze naar de Turks-Syrische grens om haar dochter te zoeken, maar ook om zo dicht mogelijk bij haar te zijn op haar negentiende verjaardag op 26 oktober. Na een week keerde ze zonder resultaat terug naar Nederland.

En toen, vanuit het niets, kreeg ze opeens een telefoontje. Aïcha gaf aan weg te willen uit Syrië, maar niet alleen te kunnen reizen, aldus haar advocaat Françoise Landerloo. Monique twijfelde geen moment. Ze kocht lichaams­bedekkende kleding en boekte opnieuw een reis naar Turkije. In de buurt van de Turks-Syrische grens vond ze haar dochter. ‘Ik had niet verwacht dat ze nog zou leven’, zegt ze, inmiddels weer terug in Nederland.

EIND SEPTEMBER sprak ik Monique in haar woning in Maastricht. Aan de muur een grote zwart-witfoto van Aïcha. Twaalf was ze toen. Monique laat een recente pasfoto van een typisch Hollands meisje zien: lichtblauwe ogen, blozende wangen en een zwarte hoofddoek. Precies een jaar geleden kreeg Aïcha een bijbel van haar collega. Het was het begin van een religieuze zoektocht. ‘Hierna kwam ze op het internet in aanraking met de islam. Een paar weken later kwam ze met een hoofddoek thuis, maar die ruilde ze al snel in voor islamitische kleding en een gezichtssluier. Vanaf dat moment werd ze extremer: ze verbrak het contact met vroegere vrienden, ze kwam haar kamer nauwelijks uit en zegde haar baan bij de bouwmarkt op. Werken tussen de mannen wilde ze niet meer.’

Het was augustus 2013, net voor de stad Ghouta werd getroffen door een grootschalige aanval met chemische wapens. Op het nieuws verschenen filmpjes van omgekomen Syrische burgers, waaronder kinderen. Aïcha zat huilend voor de tv. ‘“Mama, laten we die arme mensen helpen”, riep ze. Hierna begon ze met het inzamelen van goederen voor Syrische vluchtelingen. Kinderkleding, schoenen, dekens, noem maar op’, vertelt Monique. ‘Meer dan eens lag het hele huis vol met spullen. Op een dag stelde ze voor om spullen uit ons huis te verkopen. Daar heb ik een stokje voor gestoken. Als alleenstaande moeder kon ik me dat niet veroorloven.’

Toen de Syrische burgeroorlog voortduurde, reisden steeds meer buitenlandse jihadisten naar Syrië om daar te strijden tegen het regime van president Bashar al-Assad. Een daarvan was Yilmaz, een Nederlandse oud-militair die in 2012 al naar Syrië was vertrokken. Op 26 januari keek Aïcha met haar moeder naar Nieuws­uur waarin de jihadstrijder uitlegde wat zijn motieven waren. De manier waarop hij sprak over zijn strijd tegen het dictatoriale regime, zijn drang om het Syrische volk te helpen en zijn bereidheid om te sterven voor zijn missie maakte veel indruk. ‘Yilmaz was voor haar een soort Robin Hood, want hij was met “goed werk” bezig. Daarbij vond ze hem ook erg knap.’

Het contact met Yilmaz was makkelijk gelegd. De strijder was actief op ask.fm, Instagram en Twitter. Weken achtereen praatten de twee met elkaar. Aïcha werd verliefd. Op Skype spraken ze over haar lang gekoesterde wens een eigen weeshuis voor Syrische kinderen op te zetten. ‘Dan moet je hierheen komen’, opperde hij. Later hoorde Monique dat ze toen al met hem getrouwd was. Op Skype. Enkele weken later vertrok Aïcha.

Naar schatting zijn 35 Nederlandse moslima’s naar Syrië gegaan, hoewel dit aantal volgens familieleden van jihadistes hoger zou kunnen zijn, tegen de vijftig. Een aantal vertrok met het hele gezin. Anderen reisden hun man of vriendje achterna of trouwden ter plaatse met een jihadstrijder. Dat laatste lijkt wereldwijd voor te komen. Jonge moslima’s zoeken zelf toenadering tot de moedjahedien (strijders), worden door hen benaderd of leggen contact met vrouwen die daar al wonen. Sociale media spelen hier een cruciale rol in. In een Facebook-bericht getiteld ‘Zusters die chatten met mujahideen’ keuren jihadistes dit eerste ten strengste af. ‘Blijkbaar vinden deze toetsenbord mujahidaat het heel normaal om contact te hebben met ongetrouwde en getrouwde mannen’, schrijft een jihadiste. De boodschap is dat moslima’s die hijra, immigratie naar een islamitisch gebied, willen verrichten, dit niet op een onzedelijke manier moeten doen. Hierna volgt de uitleg over hoe het wel moet. ‘Spreek in plaats daarvan zusters aan die je kunnen helpen, ook als hij jou als eerste benaderd heeft. Wij zijn hier met velen. Allemaal getrouwd. Wij zullen jullie bijstaan.’

Het overgrote deel van de westerse jihadistes woont in Raqqa, de ‘hoofdstad’ van Islamitische Staat in Syrië, en is met een strijder getrouwd. Op hun Facebook-pagina’s plaatsen zij regelmatig berichten waarin ze anderen aansporen om ook naar het gebied te immigreren. Volgens de Belgische jihadiste Umm Haniefa (getrouwd met Sharia4Belgium-kopstuk Hicham Chaib) zijn er ‘meer vrouwen nodig om voor de mannen en kinderen te zorgen’. Jong of oud, met kinderen of zonder, gescheiden of weduwe, dat maakt niets uit. Vrouwen die met een jihadist willen trouwen, kunnen dat persoonlijk met haar bespreken in een privé-bericht. Mannen, vindt zij, mogen immers niet op Facebook toegevoegd worden, tenzij het een familielid betreft.

‘Ze kwam met een hoofddoek thuis, maar die ruilde ze al snel in voor islamitische kleding en een gezichtssluier’

Ondanks de talloze waarschuwingen voor het plegen van zina, seksuele verleiding tussen een man en een vrouw die niet getrouwd zijn, legde de negentienjarige Nederlandse bekeerling Vanessa zelf contact met een IS-strijder. Hij woonde al meer dan een jaar in Syrië. Volgens bronnen was hij ooit een veelbelovende voetballer, maar kwam zijn carrière in Europa niet van de grond. Maria, Vanessa’s moeder, zag dat zij haar relatiestatus op Facebook veranderde van ‘vrijgezel’ in ‘verloofd’. ‘Ze gaf aan dat ze dit deed om vervelende jongens op afstand te houden. Ik geloofde haar. Ze was altijd veel met jongens bezig. Ik dacht dat het een van haar bevliegingen was’, vertelt Maria.

Vanessa was een rebelse en spontane tiener. Hoewel ze van Nederlandse afkomst is, bewoog ze zich op het vmbo vooral tussen Marokkaanse vrienden. ‘In de Marokkaanse cultuur voelde ze zich geborgen, geliefd en beschermd. Wij tegen de rest van de wereld, zeg maar. Toen ik haar op haar twaalfde vroeg wat ze later wilde worden, zei ze dat ze op haar zestiende een kind en een man wilde. Een Marokkaanse man. Huisje, boompje, beestje. Dat hoorde zo volgens haar.’

Vanessa’s vader verhuisde na de scheiding van haar moeder naar het buitenland. ‘Ze zocht een vaderfiguur in al haar vriendjes: Marokkaanse of Nederlandse jongens. De meesten waren stoer, en aardig, maar er zaten ook foute types bij’, zegt Maria, die altijd bang was dat haar dochter in handen van een loverboy zou vallen. ‘Het vreemde was dat ze zelf ook over de grenzen van die jongens heen ging. Constant bellen, vragen waar ze uithingen. Andersom verwachtte ze precies hetzelfde. Aan de ene kant hekelde ze regels. Aan de andere kant snakte ze ernaar.’

Tijdens haar vervolgopleiding ging het mis. Niet door de lesstof – ze was behoorlijk pienter – maar door de regels waar ze zich aan moest houden. Een voorbeeld staat Maria in het geheugen gegrift: ‘De schoolleiding had Vanessa uitgenodigd te komen praten over haar extreme gedrag. Ze was toen al bekeerd. Vanessa ging, maar wel in haar niqaab. Expres. “Je kunt net zo goed direct naar Syrië”, zei de docent.’ Van haar droom om te werken in de jeugdzorg – ‘want ik ben zelf ook een probleemjongere’ – nam ze afscheid.

SINDS EIND 2013 posten steeds meer Nederlandse vrouwen die naar Syrië zijn vertrokken hun ervaringen op sociale media: kiekjes van meidenavondjes, adembenemende zonsondergangen, ontbijt met potten Nutella, lachende strijders met katten. De jihadistes schetsen op Facebook een perfect plaatje van het pure, islamitische leven dat volgens hen alleen daar geleid kan worden. In Bilad al-Sham worden moslima’s niet gediscrimineerd vanwege het dragen van een hoofddoek, zijn er amper verleidingen en wordt men niet belemmerd in het praktiseren van het ‘ware geloof’. De uitspraken worden onderbouwd met verzen uit de koran, religieuze YouTube-filmpjes en foto’s van jihadistische propaganda. De jihadisten houden via hun accounts contact met familieleden en vriendinnen, maar ook met onbekende moslima’s. Een paar muisklikken verder blijkt dat radicale moslima’s in de leeftijd van veertien tot twintig jaar zwijmelen bij berichten over het leven in het ‘kalifaat’. De jihadistes spreken liefdevol over hun mannen, die ze poëtisch omschrijven als ‘strijdende leeuwen’, en over het verlangen om in het paradijs terecht te komen. Een jihadiste die in 2013 naar Syrië vertrok, houdt haar volgers met regelmaat op de hoogte van haar huwelijk. Ze beschrijft de kleinste gebeurtenissen, zoals een gezamenlijk uitje naar de buurtsuper of een telefoongesprek. ‘Als mijn man naar Nederland belt, kan de hele straat hem horen. Een mujahid die belt met zijn moeder. Zo schattig.’ Biografieën met bijbehorende foto’s van dode strijders worden gedeeld. Zij zijn gestorven met een glimlach op het gezicht, omdat ze weten dat ze als martelaar in het paradijs zullen komen.

Allemaal zijn ze in het bezit van een wapen, maar strijden doen ze niet, blijkt uit de berichten. Ze vertellen dat ze koken voor hun man en zorgen voor eventuele kinderen en dat ze net als in Nederland normaal de straat op kunnen om boodschappen te doen. Sommigen delen hulpgoederen uit. Anderen geven les aan Syrische kinderen. Velen zijn lid van Facebook-groepen over koken, zwangerschappen of gezondheid.

Zo liefdevol als de jihadistes en hun radicale Facebook-volgers spreken over hun zusters en mannen, zo woedend zijn zij op de kuffar, de ongelovigen. ‘Wij moslims moeten wegblijven van de kuffar, hun geloven en hun manier van leven. We moeten hun ongehoorzaamheid en hun daden haten. Toon geen enkele affectie. Sta hen niet bij en verenig je niet met hen’, schrijft een jihadiste.

Een van de belangrijkste redenen voor hun afkeer van de Nederlandse samenleving is het politieke klimaat. Door de stigmatiserende uitspraken van onder anderen Geert Wilders worden moslimjongeren gediscrimineerd op de arbeidsmarkt en in het dagelijks leven, hebben zij moeite met het vinden van een stage en hebben zij minder kans op een goede toekomst dan andere Nederlanders, aldus de jihadistes en hun volgers. En niet alleen in Nederland, maar in de hele wereld zijn moslims volgens hen tweederangsburgers. Hierbij verwijzen zij naar het conflict tussen Palestina en Israël, de invasie in Irak in 2003, de afzetting van de Moslimbroederschap in Egypte en de huidige situatie in Afghanistan. Dat Amerika en de Arabische en Europese coalitiepartners drie jaar lang niets hebben gedaan aan de misdaden van het Assad-regime, maar nu wel een oorlog tegen IS zijn begonnen, bevestigt het beeld dat al lang onder de jihadistes en hun radicale aanhang leeft, namelijk dat het Westen een ‘oorlog tegen de islam voert’.

De afkeer van de misdaden van IS wordt niet door de jihadistes gedeeld. Op Facebook leggen ze uit waarom het onthoofden van tegenstanders de beste manier van doden is: het zou snel en bijna pijnloos zijn. Maar ook andere strafmethodes die door het Westen als middeleeuws worden gezien krijgen hun goedkeuring, omdat dit de regels en wetten van Allah zijn. Zo vertelt de achttienjarige Sara dat ze recentelijk een nieuwe taak van IS kreeg: zweepslagen uitdelen. Zeven Syrische vrouwen, ‘onruststokers’, werden volgens de shariawetgeving veroordeeld tot vijftien of dertig zweepslagen omdat ze elkaar bevochten en uitscholden. ‘Een leuke, nieuwe ervaring’, schrijft Sara op haar pagina. De meeste reacties zijn lovend, maar in een paar berichten schemert milde kritiek door. ‘Vind je dat niet erg om te doen?’ vraagt een moslima, waarop Sara antwoordt dat het uitvoeren van de sharia belangrijker is dan medelijden. ‘Moge Allah ons leiden en vergeven.’

De jihadistes spreken liefdevol over hun mannen, die ze poëtisch omschrijven als ‘strijdende leeuwen’

TOEN VANESSA zich bekeerde, bleek het internet een uitkomst om kennis over de islam op te doen. Twee jaar geleden werd er bij Maria kanker geconstateerd. Vanessa was erg bang dat haar moeder zou overlijden. De toen zeventienjarige tiener werd rustiger, kreeg meer verantwoordelijkheidsgevoel en vond steun in de religie waar ze al sinds haar elfde in geïnteresseerd was. Tv-series maakten plaats voor nieuws­programma’s. Op haar kamer bestudeerde ze de koran en de soenna en wanneer ze dat niet deed, ging ze naar de moskee. ‘Toen ik me na een jaar weer beter begon te voelen, wilde ik weer leuke dingen met haar doen, zoals naar vrouwenfeesten gaan. Dat wees ze af, want daar werd alcohol geschonken. Dan ging ik maar uit en zij zat op de bank. De omgekeerde wereld’, vertelt Maria.

Dat was begin 2014. De hoofddoek die Vanessa was gaan dragen verruilde ze na een week voor een langere. Binnen twee maanden was ze geheel bedekt: een zwarte ghimaar, een niqaab en zwarte handschoentjes. Alleen haar ogen waren nog zichtbaar. ‘Ga terug naar je eigen land’, scholden voorbijgangers op straat. In de salafistische Facebook-community wordt vaak geklaagd over het gebrek aan respect voor moslima’s die zich van top tot teen bedekken. Sara, die op haar zeventiende naar Syrië vertrok, vertelt dat zij ook door moslims werd nagewezen en uitgescholden vanwege haar bedekkende kleding. ‘Moslims willen niet in een ongelovig land leven waar hun rechten geschonden worden. Ik verliet het land met een grote glimlach en het interesseert me niet dat de Nederlandse regering mij niet terug wil’, stelt ze op Facebook.

Vanessa voelde zich gesterkt in haar niqaab, voornamelijk door de reacties die ze van haar moslimvriendinnen op Facebook kreeg. Een foto was goed voor zestig likes en tientallen steunbetuigingen. Van haar Marokkaanse vrienden kreeg ze veel complimenten. ‘Ze willen nu allemaal met me trouwen’, zei Vanessa trots.

WAT DOE JE als je het idee hebt dat je dochter naar Syrië wil vertrekken? In het geval van Aïcha werden de politie, de veiligheidsdiensten en de huisarts ingelicht. ‘Ik vroeg twee keer om gedwongen opname. Dat ging niet, vertelde de huisarts, omdat het ging om een geloofsovertuiging en niet om een ziekte’, zegt Monique. Aïcha’s naam kwam op een terroristenlijst te staan en de gemeente trok haar paspoort in. Maar wat ze niet wist, was dat Aïcha een advocaat in de arm had genomen. Via een maas in de wet vroeg ze een nieuwe identiteitskaart aan, omdat het in Nederland immers verplicht is om jezelf te kunnen legitimeren. ‘Een week later zou ze een paar dagen bij een vriendin in een andere stad gaan logeren. De avond voordat ze ging, kroop ze nog bij me in bed, net als vroeger. De volgende ochtend riep ze me meerdere keren: “Mama, ik ga.” Nee, ik ben niet opgestaan.’

Diezelfde dag haalde Aïcha haar nieuwe ID-kaart op en vertrok ze naar Syrië. ‘Na vijf dagen belde ze eindelijk: ze zat in Idlib, bij Yilmaz. Met de trein was ze naar Turkije gereisd. Hij had het allemaal voor haar uitgestippeld.’ Monique is ervan overtuigd dat een traumatische gebeurtenis in Aïcha’s puberteit de voedingsbodem voor haar vlucht in de islam vormde. Uit respect voor haar dochter wil ze er verder niets over zeggen. Aïcha heeft het voorval ondanks talloze therapiesessies nooit goed kunnen verwerken.

DAT EEN JONGE VROUW zich plotseling bekeert of opeens fanatiek het geloof praktiseert, betekent niet dat zij nu ook naar Syrië zal gaan. Maar Marion van San, onderzoeker aan de Erasmus Universiteit, vindt het wel opvallend dat een aanzienlijk deel van de vrouwen die naar Syrië vertrokken zich kort daarvoor bekeerd heeft tot de islam. Ook daar speelt de virtuele wereld een rol in. ‘Jonge bekeerlingen hebben over het algemeen totaal geen netwerk om kennis over de islam op te doen. Die gaan het internet op en komen vrij snel terecht op allerlei radicale sites’, vertelt Van San. In een paar maanden tijd veranderen zij van alledaagse tieners in streng gelovige moslima’s. ‘Het lijkt erop dat ze willen laten zien dat ze een goede moslima zijn. Zodoende gaan ze meer en sneller dan anderen volgens de regels van de zuivere islam leven.’

Uit gesprekken met familieleden en kennissen van de jihadistes blijkt dat zij bijna allemaal van tevoren gewaarschuwd zijn door iemand uit hun directe omgeving. Vanessa was na anonieme tips zelfs uitgenodigd voor een gesprek op het politiebureau. ‘Pal voor de deur van het bureau trok ze een blikje Red Bull open en rookte ze demonstratief een sigaret’, vertelt Maria. ‘De gezichtssluier en lange, zwarte kleding die ze normaal droeg, lagen in de kast. Ze had die dag alleen een hoofddoek om. Kijk mij eens, zo islamitisch ben ik niet, straalde ze uit. De vragen van de agenten werden schamper beantwoord. Ze wist precies wat ze wel en niet moest antwoorden. Hierna mocht ze gaan.’

Dat was in het voorjaar. Een paar weken later riep IS in Syrië en Irak het kalifaat uit nadat belangrijke steden als Mosul en Tikrit veroverd waren. Salafistische moslims over de hele wereld werden door leider Abu Bakr al-Baghdadi opgeroepen om zich hierin te vestigen. De oproep was vooral gericht aan moslimpredikers, ingenieurs, rechters, artsen en mensen met militaire en bestuurservaring: eigenlijk iedere moslim die met zijn of haar kennis en ervaring een bijdrage zou kunnen leveren. Volgens het Syrische Observatorium voor de Mensenrechten kreeg IS er in juli alleen al zevenduizend leden bij. Sinds IS de Syrische stad Raqqa heeft overgenomen en van daaruit opereert, werken zij hard aan de inrichting van de in hun ogen ideale moslimstaat. Op foto’s die via sociale media verspreid worden, is al maanden te zien hoe militanten eten uitdelen, nieuwe islamitische ziekenhuizen bouwen en hoe het islamitische politieapparaat in elkaar steekt.

Het ‘kalifaat’ is niet alleen voor mannen. Een van de eerste dingen die IS doet zodra ze een stad hebben veroverd is shariaposters ophangen die vrouwen vertellen hoe ze kuis moeten zijn: van top tot teen bedekt, met een gezichtssluier. De Khansa-militie, een vrouwenbrigade, ziet erop toe dat vrouwen de gedrags- en kledingvoorschriften naleven. Er zijn warenhuizen waar alleen vrouwen toegelaten worden. Een Engelse jihadiste schetst op Facebook een beeld van het dagelijks leven aan de hand van de tien meest gestelde vragen van volgers. ‘We hebben hier openbaar vervoer, stromend water, goede ziekenhuizen, vrouwencentra, internetcafés en nog veel meer. IS werkt aan nieuwe voorzieningen waar alleen vrouwen van kunnen profiteren. Geloof mij, er is hier genoeg te doen, ook als je – nog – niet getrouwd bent. Je verblijft dan in een huis alleen voor zusters en krijgt maandelijks zakgeld.’

‘IS werkt aan nieuwe voorzieningen waar alleen vrouwen van profiteren. Er is hier genoeg te doen’

Opvallend is dat voor vrouwen niet alleen traditionele taken zoals het baren van kinderen en zorgen voor de strijders zijn weggelegd. Ze kunnen volgens IS ook aan de slag als lerares, dokter of zuster.

IN HET KLEINE PLAATSJE in het midden van Nederland ebden de geruchten over Vanessa’s vermeende reisplannen langzaam weg. Ze zocht naar een passende vervolgopleiding waar ze in 2015 aan zou beginnen. Ook haalde ze haar rijbewijs bij een islamitische rijschool. Aan vriendinnen op Facebook vroeg ze wat de leukste steden van Nederland zijn. Ze wilde het land gaan verkennen.

Maar toen haar moeder voor een korte vakantie in een andere stad verbleef, boekte ze een reis naar Turkije. Vanessa werd ondergebracht bij een Turkse familie dicht bij de grens met Syrië, tot ze door IS-strijders de grens over gesmokkeld kon worden. Ze belde haar moeder op. ‘Ze vertelde dat ze in een groot huis zat, met lange gangen en bewakers. Naar buiten mocht ze niet. Ze twijfelde of ze nog wel wilde. Ik heb haar op het hart gedrukt de lokale politie in te lichten. “Die zijn allemaal corrupt hier”, kreeg ik als antwoord. De volgende dag werd ze door IS-strijders opgehaald en naar Syrië gebracht.’

Ze belandde in een zogeheten ‘zusterhuis’, een woning met buitenlandse vrouwen die net als zij kort geleden in Syrië zijn aangekomen of nog geen man hebben. Vanessa plaatste na aankomst een foto van zichzelf gekleed in niqaab op Facebook. Van twijfel was geen sprake meer. ‘Alhamdoelillah, ik ben veilig aangekomen, ook al heb ik bij de politie moeten komen. Als Allah wil dat jij hijra verricht dan zal dat gebeuren. Zusters, twijfel niet. Het voelt hier zo goed, echt als thuis!’ Twee dagen later trouwde ze met ‘haar strijder’ uit Engeland.

Het bracht een discussie op gang die al meer dan een jaar in radicale kringen leeft: mag een moslima wel zonder een mannelijk familielid reizen? Of trouwen zonder de goedkeuring van haar vader? Over het algemeen wordt aangegeven dat alleen reizen volgens de regels van de islam niet mag, tenzij de reis naar een islamitisch gebied de vrouw helpt om haar religie beter te kunnen praktiseren. En voordat een huwelijk wordt voltrokken moet toestemming gevraagd worden aan de vader van de jihadiste. In Syrië gebeurt dit altijd over de telefoon; geeft hij geen toestemming (wat gebeurt) dan bepaalt de rechter van Islamitische Staat of het stel wel of niet in het huwelijk mag treden.

Vanessa gaf aan dat ze geen goedkeuring van haar ouders nodig had, schreef ze, want zij zijn geen moslim. ‘Dus gewoon komen of je mond houden’, zegt ze gekscherend tegen volgers die haar keuzes bekritiseerden.

‘Wil je zien hoe Vanessa en haar man eruitzien?’ vraagt Maria, die dagelijks contact heeft met haar dochter. Ze pakt haar telefoon. Hij: donkere krullen in de gel, bruine ogen en atletisch. Zij: zorgvuldig opgemaakte ogen die benadrukt worden door een zwarte gezichtssluier. ‘Best een leuke foto toch? Als je dat wapen in zijn hand wegdenkt, tenminste’, zegt Maria enigszins gelaten.

Maria heeft moeite een normaal leven voor te stellen in een land waar onthoofdingen en bombardementen aan de orde van de dag zijn. Ze maakt zich vooral zorgen over de door de Amerikanen geleide luchtaanvallen op doelen van IS in Syrië. Vanessa zegt de ene dag gelukkig te zijn met haar man in Syrië, de andere dag geeft ze aan te twijfelen. Eerder vertelde ze haar moeder dat ze best terug zou willen naar Nederland, maar dat ze bang is dat de autoriteiten haar oppakken. Volgens het Openbaar Ministerie is het gebruikelijk dat een jihadist die terugkomt uit Irak of Syrië wordt aangehouden, waarna onderzoek volgt. Ook Aïcha werd op 19 november na haar aankomst in Nederland opgepakt op verdenking van strafbare feiten die te maken hebben met terroristische activiteiten en misdaden tegen de staat.

Yilmaz woont nog steeds in Syrië. Door zijn optreden in Nieuwsuur werd hij een van ’s werelds bekendste jihadisten. Jihadistische propagandasites noemen hem een held en radicale moslima’s over de hele wereld sturen huwelijksaanzoeken. Ook buitenlandse media, zoals The New York Times,schreven verhalen over de Nederlandse Syrië-strijder. cbs zond kort geleden een groot interview met hem uit. ‘Ik zou tegen iedereen kunnen strijden, zelfs tegen mijn eigen vader, als hij degene zou zijn die de mensen hier bombardeert’, verzekerde hij de journalist.

Begin september postte Yilmaz dat hij opnieuw getrouwd is met een buitenlandse jihadiste. ‘Alhamdoelillah, life in jihad just got better’, schreef hij op Twitter.

About Brenda Stoter Boscolo

Brenda Stoter is a Dutch journalist who writes about the Middle East, with special attention to Syrian women and children and Western jihad brides. Her articles have been published by Al Jazeera as well as featured in Dutch and Belgium national newspapers and magazines, including Algemeen Dagblad, De Tijd, Het Parool and De Groene Amsterdammer. On Twitter: @BrendaStoter
Articles Middle East, European ISIS fighters, Iraq (Kurdistan), Syria , ,

Leave a Reply

Your email address will not be published. Required fields are marked *

Brenda\\\\\\\'s Anti-spam *