Dit is ook Irak

Suleymania, de culturele hoofdstad van Koerdisch Irak. FOTO: BRENDA STOTER

Geschreven voor NRC Next, 09-10-2012

Irak- In het noorden van Irak is de Koerdische autonome regio al jaren veilig. Toeristen zijn er nauwelijks, maar de Koerden leiden je graag rond.

Strakke hotels, verlichte moskeeën en luxueuze compoundwijken. Spiksplinternieuwe wegen vol glimmende, lichtgele taxi’s en dure, witte auto’s- ze mogen dan airconditioning hebben, men denkt toch dat een licht exemplaar minder warm is. De straten en wegen zijn rustig rond 14.00 uur. Enkelen wagen zich met 45 graden buiten; vrouwen in huisjurken, kinderen in felgekleurde pyjama’s, zakenlui en oude mannen in traditionele, grijze broeken. Het duurt even voor we beseffen dat we echt  in Irak zijn. Heropgebouwd Irak.

Al drie dagen rijden we in taxi’s door de straten van Erbil, de hoofdstad van de Koerdische autonome regio in het noorden van het land. Vanaf Amsterdam vlieg je er met een directe vlucht naartoe. Openbaar vervoer is er amper. Voor 2 euro rijden taxi’s van de ene naar de andere kant van de stad.

,,You from America?’’ vraagt de taxichauffeur met een brede grijns op zijn gezicht. Wanneer we aangeven uit Nederland te komen, is hij verbaasd. De enige buitenlanders die zich hier laten zien, zijn Amerikanen of westerse Koerden. ,,America is good. We like Bush. I have picture of him in my house.’’

De moderne gebouwen verdwijnen langzaam naar de achtergrond en maken plaats voor het traditionele straatbeeld van het oude centrum: oude muren, kleine kraampjes waar fruit en baklava worden verkocht, groepjes mannen op bankjes rond het plein. Achter de traditionele bazaar staat de citadel, een kolossaal monument dat sinds 2010 op de Werelderfgoedlijst van Unesco staat. Het wordt momenteel opgeknapt en is dus gesloten. We geven de chauffeur 3000 dinar (2 euro), die hij na drie afwijzingen eindelijk aanneemt, en stappen de bazaar binnen.

Toeristisch is Koerdisch Irak allerminst. Geen kramen met ‘I Love Irak’ T-shirts of koelkastmagneten, maar vleeskramen, sieraden en huishoudelijk marktwaar. Dan is het tijd voor kebab, het nationale gerecht. In het tl-licht van een eenvoudig kebabrestaurant in een steeg prijken portretten van de Irakese president Jalal Talabani en de Koerdische Massoud Barzani, die president werd van de Koerdische regio na de Amerikaans-Britse invasie in Irak in 2003.

‘s Avonds drinken we citroensap op het terras bij een grote, Arabische keten, Tche Tche. Alcohol is alleen in bepaalde winkels en hotels verkrijgbaar, bijvoorbeeld in de christelijke wijk. Clubs zijn er niet.

Een Nederlandse Koerd die in Erbil woont, vergezelt ons. Sinds de oorlog keren steeds meer Nederlandse Koerden terug naar deze regio. De wederopbouw gaat snel. ,,Voelen jullie je veilig?’’ vraagt hij in het Nederlands. Starend naar de gezinnen, stelletjes en kinderen om ons heen, kunnen we niets anders dan ja knikken. ,,Weinig toeristen denken er zo over. Zelfs Amerikanen durven hier niet zonder gepantserde wagens en beveiliging rond te rijden.’’

,,Dankzij Bush hebben wij Koerden een eigen plek,” vertelt Hiwa, een Koerdische Amerikaan.

Het is moeilijk voor te stellen dat dit gebied na 2003 totaal verwoest was door de oorlog. Of dat 100.000 Koerden de dood vonden onder het regime van Saddam Hoessein. Na de Amerikaans-Britse invasie is Erbil met drie miljoen inwoners opgebloeid tot de meest welvarende stad van Irak, grotendeels door de olie. Waar in Bagdad en grenssteden zoals Kirkoek nog wekelijks bommen ontploffen, gebeurt dit in het noorden al jaren niet meer. Niets herinnert nog aan Saddam, behalve het genocidencentrum dat elke Koerdische stad heeft.

Dat centrum is in Erbil in een oude bunker gebouwd. Buiten staan tanks en kanonnen. Onder leiding van een Koerdische gids, die speciaal voor ons zijn uitleg in het Engels vertaalt, lopen we door kelders met oude bloedvlekken op de muren. In de cellen vinden we vieze dekens. Koerden werden hier voor de oorlog gemarteld- de apparaten staan er nog. ,,Maar de gifgasaanvallen waren Saddams belangrijkste wapen. Koerdische dorpen werden in één keer uitgemoord,’’ vertelt de gids. ,,Toen de Amerikanen Irak binnenvielen, kwam hier een einde aan.’’ Vandaag de dag zijn de Koerden met 40 miljoen mensen het grootste volk zonder eigen land.

De Koerdische bergen gezien vanuit de taxi. FOTO: BRENDA STOTER

We nemen een taxi naar het district Soran. Tijdens de urenlange tocht passeren we checkpoints waar onze paspoorten zorgvuldig gecontroleerd worden. Veiligheid is een belangrijk speerpunt voor de Koerdische autoriteiten. Rode, bruine en gele vlaktes lopen in elkaar over. De bergen zijn bestrooid met groene stippen, de bomen. Beneden vinden kronkelige rivieren hun weg naar de horizon. Tussen de Koerdische bergen zien we watervallen, veekuddes en overblijfselen van bombardementen.

Onze tocht trekt de aandacht van bergbewoners. Na een half uur worden we staande gehouden. Of we thee willen. Voor we het weten krijgen we een maaltijd van vlees, rijst, sla en dolma’s voorgeschoteld. Drie uur later zitten we nog op het tapijt, dat dienst doet als keukentafel. Wanneer we weggaan, zegt de dame des huizes dat we snel terug moeten komen. ,,En dan blijven jullie slapen,’’ zegt ze, en trekt haar hoofddoek recht.

Suleymania is met 1,5 miljoen inwoners het culturele hart van Koerdisch Irak. In Caffe 11 komen creatieve Koerden bij elkaar om gitaar te spelen en koffie te drinken. Omdat er weinig uitgaansgelegenheden zijn in de regio, zit het café dagelijks stampvol jonge mensen.

Op één van de felgekleurde bankjes zit legerofficier Hiwa, een Koerdische Amerikaan die sinds de Irakoorlog in 2003 op een legerbasis werkt. De 1.93 lange spierbundel houdt naar eigen zeggen ‘een oogje in het zeil’ na de terugtrekking van de troepen eind december. Zijn dagen vult hij met oefenschieten, sporten en kebab eten. En ja, ook boven zijn bed hangt een portret van Bush. ,,Dankzij hem hebben wij Koerden een eigen plek,’’ vertelt hij met een ernstig gezicht. Hiwa vraagt of we al vervoer hebben naar Erbil. Zo niet, dan brengen ‘zijn mannen’ ons wel.

De volgende dag worden we opgehaald door twee Hiwa lookalikes in een jeep. Onderweg naar Erbil rijden we door Kirkoek, een oliestad. Diezelfde week kwamen daar acht mensen om door een bomaanslag. Op het verkeersbord staat ook de weg naar Bagdad aangegeven, een stad die wekelijks kampt met aanslagen. Na drie uur worden we voor het hotel afgezet. Na een hand –aan kussen doen de Koerden niet- keren de legermannen terug naar Suleymania.

Aan het einde van de reis gaan we op zoek naar een ‘I love Kurdistan’ T-shirt. Tevergeefs. Wel kopen we een Koerdische vlag in een buurtwinkel. De verkoper is trots. Een Nederlander die een Koerdische vlag koopt, dat maak je niet iedere dag mee.

Leave a Reply

Your email address will not be published. Required fields are marked *

Brenda\\\\\\\'s Anti-spam *