Een warm welkom in Syrië

Publicatie: Parool

De Amsterdamse Khadija wilde altijd al in een islamitische staat wonen om daar volgens de regels van de islam te leven. In 2013 ging zij naar Syrië en trouwde daar een jihadstrijder. Nu is ze terug in Nederland.

Khadija had in Nederland ‘niets te klagen’. Haar jeugd was prima, zegt ze. “Wel vond ik het in Nederland steeds moeilijker worden voor moslims, ook door het huidige politieke klimaat, zoals nu met die uitspraken van Geert Wilders bijvoorbeeld,” zegt de 24-jarige Amsterdamse van Marokkaanse afkomst.
Ondertussen verschenen op internet beelden van zwarte Isis-vlaggen die in Syrië wapperen. Westerse jihadstrijders, ook uit Nederland, trokken naar het door oorlog verscheurde land om daar te strijden tegen het bewind van de Syrische president Bashar Al-Assad. Maar bovenal strijden ze daar tegen de onderdrukking van moslims wereldwijd en voor een islamitische staat.
Khadija, die amper met het geloof is opgegroeid maar de laatste jaren steeds meer ging praktiseren, raakte ervan overtuigd dat ze de islam zo zuiver mogelijk moest uitvoeren. En in Syrië, volgens de Koran een gezegend land, kon dat.
“Ik wilde altijd al onder de shariawetgeving in een islamitische staat wonen volgens de regels van de Koran. En laten we eerlijk zijn: in Nederland zal dat nooit gebeuren,” vertelt ze met een licht Amsterdams accent. “Bovendien wilde ik mijn broeders en zusters en de Syrische bevolking bijstaan.”
Dus toen haar beste vriendin vertelde dat ze haar man – een jihadstrijder – achterna wilde reizen, ging Khadija mee naar een oorlogsgebied. Familieleden werden niet ingelicht. In de herfst van 2013 vertrok het tweetal naar Turkije, waar zij door contacten de grens over werden gesmokkeld.
“Eigenlijk mag je als moslima niet alleen reizen, maar Allah maakt soms uitzonderingen.”
In de buurt van Aleppo werden zij opgevangen door Nederlandse en Belgische moslima’s. Hun mannen hebben zich aangesloten bij de Islamitische Staat van Irak en Syrië (Isis), één van de radicaalste rebellengroepen (nu in opmars in Irak). Sinds midden 2013 had Isis steden in het noorden van Syrië in handen en daar de shariawetgeving ingevoerd: zo is roken verboden en moeten vrouwen zich van top tot teen bedekken.
Khadija wil niet met haar eigen naam in de krant en details over haar reis en haar verblijfplaats blijven achterwege. Toch praat ze openhartig over haar reis. Dat vindt ze nodig, want termen als ‘seksjihadisten’ en ‘jihadbruiden’ in de media hebben haar enorm gestoord, zegt ze.
“Ik snap niet waar al die rare verhalen vandaan komen. De opvang was juist heel liefdevol. Eén grote familie. Ik heb me nog nooit zo welkom gevoeld als in Syrië.”
Een week na aankomst werd Khadija voorgesteld aan een Tunesische strijder, een ‘gelovige man met groene ogen’. Ze vond hem direct leuk. Een plaatselijke imam voltrok het islamitische huwelijk na wederzijds goedkeuren. Hierna volgden twee feesten. Er werden wat kippen en een schaap geslacht.
Khadija: “Trouwen werd door de andere vrouwen sterk aangeraden, dat brengt bescherming met zich mee. Overigens zijn de meeste Belgische en Nederlandse vrouwen die ik daar leerde kennen met hun man naar Syrië vertrokken, soms zelfs met hun kinderen.”
De moslima schetst een beeld van een vroom leven, veelal binnenshuis. Huisje boompje, beestje, maar dan op z’n islamitisch. De belangrijkste taak van de vrouwelijke jihadist is het steunen van haar man, die strijdt. Het gaat hierbij om de ‘innerlijke jihad’, die volgens hen hard nodig is, omdat de rest van de wereld zich niet om Syrië bekommert.
“Koekjes bakken, koken voor mijn man, filmpjes kijken, kletsen met de vrouwen en spelen met de huisdieren,” zegt Khadija dromerig. “Vijf vissen, twee vogels en vier katten. En ik had een mooi, groot huis waar ik samen met mijn man in woonde.”
Het regime van Assad is voor velen synoniem aan een schrikbewind. Maar waar Isis de scepter zwaait, zijn de Syriërs niet beter af. Kruisigingen, executies, ontvoeringen en martelingen van tegenstanders zijn schering en inslag. Over deze gruweldaden wil Khadija echter niets horen. Ze roept dingen als ‘de media verspreiden leugens’ en ‘moslims mogen zichzelf verdedigen als ze aangevallen worden’.
Strijden doen de vrouwen niet, maar dat het leven daar niet alleen maar rozengeur en maneschijn is, erkent Khadija naarmate het gesprek vordert. Die paar bomaanslagen bijvoorbeeld, die maakten veel indruk. “Het was veel erger dan de beelden die ik op de Nederlandse televisie voorbij had zien komen. Ik ben er heel erg van geschrokken.”
Over het werk van de Tunesische strijder werd thuis weinig gesproken. “Ik vroeg wel eens naar zijn dag, maar mijn man zei dan dat hij het er niet over wilde hebben. Hij was erg gevoelig, denk ik.”
Maar het leven in de oorlog was slechts één van de factoren die haar deden twijfelen. Zo had ze weinig contact met de lokale bevolking, behalve met een Syrische buurvrouw, die ook een strijdende zoon had. En Khadija begon haar moeder en oma -die het verschrikkelijk vonden dat ze in Syrië zat – enorm te missen. Ze was dan ook halsoverkop vertrokken, zonder hun in te lichten. Dat begon haar toch dwars te zitten.
“Ik verveelde me en miste mijn familie. Hierdoor kreeg ik last van woede-uitbarstingen, die ik op mijn man botvierde. Na een tijdje besloten we samen dat het voor mij beter zou zijn om terug te gaan.”
Na pakweg twee maanden bracht de jihadstrijder zijn vrouw persoonlijk terug naar de grens. Nu woont Khadija weer in Amsterdam. Contact met haar man of met haar vriendin in Syrië is er niet meer. Ze kan ze niet meer bereiken, zegt ze.
Hoewel reizen naar Syrië door de Nederlandse en Turkse autoriteiten wordt bemoeilijkt (mogelijke Syriëgangers worden nauwlettend gevolgd en eventueel opgepakt), hoopt ze dat ze een keer teruggaat. Ooit. Vanwege de islamitische staat en het eenheidsgevoel. “Als ik daar sterf, sterf ik op het pad van God.”

De naam Khadija is gefingeerd. Het vraaggesprek is via telefoongesprekken tot stand gekomen.

Leave a Reply

Your email address will not be published. Required fields are marked *

Brenda\\\\\\\'s Anti-spam *