Betogers op Tahrirplein willen minder macht voor leger

Jonge betogers zien het Tahrirplein als een kermis. Foto: Brenda Stoter

‘Fijn dat Egyptenaren één zijn’

CAÏRO- Op het Tahrirplein in Caïro kwamen gisteren duizenden mensen bijeen. Twee dagen na het 1-jarig jubileum van de revolutie vieren de Egyptenaren nog steeds feest. De jonge betogers zijn echter sceptisch. Zij vinden dat het plein tegenwoordig meer weg heeft van een kermis.

Na het middaggebed stroomt het Tahrirplein langzaam vol. Duizenden Egyptenaren zwaaien met vlaggen, laten zich schminken en lopen glimlachend rond. Om de paar meter verschijnen er kraampjes met vlaggen, T-shirts en lekkernijen.

Midden op het plein staat een podium waar de Moslimsbroeders de bezoekers opzwepende woorden toespreken. De aanwezigen scanderen leuzen en maken hun ongenoegen kenbaar over de militaire raad die Egypte bestuurt.

Woensdag werd het 1-jarig bestaan van de revolutie gevierd. Sindsdien is het Tahrirplein nog steeds de hotspot van Caïro. Een commerciële kermis, noemt Mohammed Ezzat (27) het. Met zijn vrienden overnacht hij in tentjes op het plein. ,,De meeste aanwezigen zijn hier om te feesten. Wij niet. Er is in een jaar niets veranderd. In ons land is nog steeds veel armoede, corruptie en ongelijkheid,” zegt hij.

Sinds het aftreden van president Mubarak maakt de militaire raad, de SCAF, de dienst uit. De macht die dit leger heeft, wordt door betogers als Ezzat niet getolereerd. ,,Onschuldige mensen zijn opgesloten, gemarteld en vermoord. Ik blijf hier zitten tot de militairen vertrekken.” Ezzat moet binnenkort weer aan het werk, maar zijn baan kan hem weinig schelen. ,,De voltooiing van de revolutie is belangrijker.”

Ezzat heeft wel vertrouwen in het nieuwe parlement, waarin de Moslimbroederschap een glorieuze overwinning behaalde. ,,Het maakt mij niet uit welke partij er aan de macht is. Zolang ze de vrijheid en gelijkheid hoog in het vaandel heeft, wordt Egypte gezond.” Ezzat hoopt op versnelde presidentsverkiezingen. ,,Als de SCAF maar weggaat,” vult zijn vriend Emael Abdo aan.

Egyptische jeugd kampeert op het Tahrirplein. Foto: Brenda Stoter

Sinds de allereerste dag van de revolutie, op 25 januari 2011, is Ezzat actief op het Tahrirplein. Hij organiseert protestmarsen, zet tentjes op en verspreidt informatie via de website Facebook. Zijn actieve houding bracht hem ook in gevaar. Hij voelde de kogels menigmaal langs zijn gezicht vliegen. ,,Maar alles went, ook het levensgevaar,” zucht Ezzat.

Even verderop staat de 19-jarige Selma Mokhtar. Ze vraagt haar zusje of ze een foto wil maken en trekt snel haar hoofddoek recht. Op het gezicht van Selma prijkt de Egyptische vlag. Met haar vader, moeder en zusje is ze naar het plein gekomen om feest te vieren. ,,Natuurlijk is er nog van alles mis in Egypte,” zegt ze. ,,Maar Mubarak is tenminste weg. Bovendien is het heel fijn te zien dat het Egyptische volk één is.”

Ahmed Rashad, een 26-jarige ingenieur, vloog direct terug uit Dubai, waar hij werkte, toen de revolutie vorig jaar januari uitbrak, ,,Ik wilde de revolutie gewoon niet missen. En hoewel die nu meer wegheeft van een festival, blijf ik komen.”

Op de vraag of Rashad de toekomst vrolijk tegemoet ziet, antwoordt hij dubbelzinnig. ,,Ik ben optimistisch omdat het moet. Er is geen andere optie. Het militaire bewind moet zo snel mogelijk verdwijnen. Bovendien moeten meer jongeren in de politiek komen. Zij zijn de toekomst van Egypte.”

Een jaar geleden woedde er op het plein een felle strijd tussen betogers en politie. Uiteindelijk gaf de politie op en trokken agenten zich terug van de straten. Een jaar later wordt er opnieuw gevochten op het plein. Nu tussen de betogers onderling. Ruzies over muziek en spandoeken leidden tot duw- en trekpartijen tussen de betogers. Ook smeten ze met stenen en flessen.

Volgens de seculiere demonstranten is er niets te vieren, omdat veel eisen van de protestbeweging nog steeds niet zijn ingewilligd. Zij eisen het onmiddellijke aftreden van de Opperste Raad van de Strijdkrachten. Aanhangers van de Moslimbroederschap zijn bereid te wachten tot juni, de maand waarin de militairen hebben gezegd af te treden.

In de zijstraat van het Tahrirplein beent restaurantmanager John Benakis snel naar zijn werk. Demonstranten die richting het plein marcheren, negeert hij. ,,Ik ga daar niet naartoe,” zegt hij. ,,Ik moet er niet aan denken.”

De radicaalislamitische Moslimbroeders, die vanaf het podium het volk toespreken, irriteren hem. ,,Ik ben tegen partijen die het geloof als uitgangspunt hebben. Bovendien besteed ik mijn tijd liever aan mijn werk. Alleen zo kunnen we deze samenleving weer opbouwen.”

Geschreven voor het AD Rotterdams Dagblad (27-01-212)

Leave a Reply

Your email address will not be published. Required fields are marked *

Brenda\\\\\\\'s Anti-spam *