I hope that I don’t fall in love with you. Part one.

Onderstaand verhaal is het eerste deel van het samenwerkingsverband tussen Derek Otte en mij. Part Two is hier te lezen, vanuit het mannenperspectief. Het verhaal is niet autobiografisch. Alle personen, locaties en gebeurtenissen zijn verzonnen.

Terwijl ik de deur achter me dichtgooi, weet ik direct dat er iets fout zit. Haastig graai ik in mijn tas. Telefoon, geld, pinpas, een ov-chipkaart en een pakje kauwgom. ,,Shit, ik ben mijn sleutels vergeten,’’ mompel ik terwijl ik tegen de buitendeur aan begin te duwen. Dicht. Natuurlijk. Ik bel naar mijn date Mark, met wie ik die avond afgesproken heb, en zeg dat ik wat later ben. Hij reageert geïrriteerd en vraagt of ik op wil schieten. Ik voel een woedeaanval opkomen. Alsof ik het expres doe. Vervolgens bel ik mijn moeder om te vragen of ze mijn reservesleutels kan afleveren. ,,Ik zal mijn best doen,’’ zegt ze amper verstaanbaar door de luide muziek op de achtergrond. ,,Maar ik ben voorlopig nog op de verjaardag van je tante.’’ Ik antwoord dat ik voor de zekerheid in de buurt van mijn huis zal blijven. Ik baal. Het begint te miezeren terwijl het 25 graden is. Wat een kutavond.

Ik kijk om me heen en probeer te bedenken waar ik de doelloze uren ga uitzitten. Mijn huis staat in een rustige buurt in Rotterdam West. Daar valt niets te beleven. Aan het einde van de straat zit wel een bruin café, Costa del Sol of zoiets. Ach, beter iets dan niets. Ik graai mijn tas van de grond en begin te lopen, met de geïrriteerde stem van Mark nog in mijn achterhoofd. Wanneer ik het café nader, hoor ik de muziek al op me afkomen. Ze draaien Guus Meeuwis, wat ik een raar vind voor een café met een Mediterraanse naam. Buiten zitten wat mannen van middelbare leeftijd een sigaret te roken. Op één van de mannen zijn schoot zit een hoogblonde dame met een suikerspinkapsel. Ze kijkt me vriendelijk aan en neemt een slokje bier. Ik verzamel al mijn moed, slaak een diepe zucht en trek de deur open.

Binnen ruikt het naar sigaretten, bier en een luchtverfrisser van de Aldi. ,,Ook dat nog,’’ denk ik  hardop. ,,Ik ben net gestopt met roken.’’ Mijn ogen glijden over de inrichting. Bruine stoelen, een houten bar en een eiken vloer. Het geheel wordt opgevrolijkt met een paar halfvergane afbeeldingen van Spanje aan de muur. Ooit zullen ze best mooi zijn geweest. Voor de bar staan twee onbezette barkrukken. Ik plant mijn tas op één van de twee en op de andere ga ik zitten. ,,Zo wijfie, wat zal het zijn?’’ vraagt de barvrouw met een doorgerookte stem en een sigaret tussen haar lippen. Aan haar nek hangt een potsierlijke gouden ketting met de naam Leny. ,,Doe maar een biertje,’’ zeg ik met een gemaakte glimlach. Normaal drink ik liever wijn, maar op de één of andere manier past dat niet bij deze zaak. Ik pas zelf ook niet in dit cafeetje. Ik draag te weinig make-up en mijn haar is niet blond genoeg. Toch voel ik me op de één of andere manier welkom. ,,Komt eraan hoor wijfie,’’ zegt Leny terwijl ze de bier met vakkundigheid aftapt. Je kunt zien dat ze hier al eeuwen werkt, haar ogen hebben de uitstraling van een doorgewinterde kroegtijger. Zelf hou ik ook van drinken, maar niet van cafés. Eigenlijk drink ik te veel, vooral wanneer ik me rot voel. En dat is de laatste tijd nogal vaak het geval.

Ik voel me verdrietig, alsof ik er niet toe doe. Net zoals Remi in Alleen op de wereld. Dit overkomt mij vaker.

Om maar wat te doen te hebben, haal ik mijn telefoon te voorschijn. Na tien keer naar Mark gebeld te hebben, geef ik het op. Hij zal wel aan het feesten zijn, zonder mij. Ook mijn vriendinnen reageren niet op alle pings en sms’jes die ik ze stuur. Ik voel me verdrietig, alsof ik er niet toe doe. Net zoals Remi in Alleen op de wereld. Dit overkomt mij vaker. Ik ben niet gemaakt voor de liefde, iedere date eindigt in een fiasco en ik heb de natuurlijke gave om verliefd te worden op klootzakken. Mannen vinden me leuk om mee te pronken, maar niet om een toekomst mee op te bouwen. Ik kijk eens goed om me heen. Op de minuscule zelfgecreëerde dansvloer dansen stellen van middelbare leeftijd op de muziek van Johnny Cash. Ring of fire is best een leuk nummer, alleen niet dansbaar. Ondanks dat het er niet uitziet, zien ze er gelukkig uit. Tevreden. In de hoek zit een groepje jongens van een jaar of achttien te kaarten. Bij het raam zit een stel van een jaar of dertig zwijgend voor zich uit te staren. Naast de bar staan een aantal vrouwen te kletsen. Terwijl ik de kleine ruimte in me opneem, zie ik naast mij een man zitten. Ik schat hem een jaar of vijfentwintig. Zijn ogen zijn gericht op het stel voor het raam. Hij kijkt uitdrukkingsloos, alsof hij het niet naar zijn zin heeft. Hij heeft groene ogen en zijn stoppelbaard van vijf dagen is eigenlijk net iets te lang. Als hij daar iets aan doet, kan hij best knap zijn. Zijn haar is donkerbruin, waardoor zijn ogen nog feller lijken. Voor hem staan twee lege bierglazen, duidelijk voor hem bestemd. Ze schijnen eenzaam in het gedimde licht, net als hij. Opeens kijkt hij mijn richting uit. In een opwelling draai ik mijn hoofd om.

,,Zo, schoonheid. Zeg eens, deed het pijn toen je uit de hemel kwam vallen?’’ vraagt een blonde man die een beetje op Dries Roelvink lijkt plotseling. Ik stamel van niet. Mijn mompelende antwoord ziet hij als een uitnodiging. Binnen twee seconden gooit hij mijn tas op de grond en plant hij zijn derrière op de stoel naast mij. De jongen met de groene ogen glimlacht, alsof hij geniet van de onhandigheid waarmee ‘Dries’ een move maakt. Ik wou dat hij die domme opmerking had gemaakt, hoewel ik weet dat het vergeefse hoop is. Daar lijkt hij me te slim voor. De robuuste Leny schenkt nog een whisky voor hem in. Dat is sterker dan bier. Hij lijkt ook een rotavond te hebben, net als ik. Ondanks het gebrek aan woorden, schept dit een diepe band.

Ik doe dat namelijk altijd, praten met mannen die er eenzaam uitzien. Misschien ben ik wel degene die eenzaam is.

‘Dries’ bestelt nog een biertje voor me. Met moeite neem ik een slok. Mijn gezichtsuitdrukking zegt alles. Hij lijkt het niet te merken. Hij ratelt maar door over zijn ex-vrouw, zijn drie verwende kinderen en zijn nieuwe, omgebouwde Fiat. Uit ellende vraag ik  de barvrouw om een sigaret. Ik kan net zo goed gaan roken, dan doe ik tenminste nog wat nuttigs. Wanneer de eerste toon van het nummer Copacabana uit de speakers knalt, trekt ‘Dries’ me mee de dansvloer op. Ik val haast van mijn kruk, wat op de lachstuipen van de cafégangers werkt. ,,Je bezorgt dat meissie nog een rolberoerte joh. Denk aan je hart,’’ roept één van de jonge gasten terwijl hij de kaarten opnieuw schudt. Terwijl ik een poging doe om te dansen, zie ik de jongen met de groene ogen naar me kijken. Met één arm leunt hij op de bar en met zijn andere arm houdt hij het lege glas stevig vast. Zijn ogen vormen zich tot groene speeltjes waardoor hij een speelse uistraling krijgt. Alsof hij weer even 16 is. Even lijkt hij me uit de klauwen van ‘Dries’ te willen redden, maar hij doet het niet. In plaats daarvan wenkt hij de barvrouw en bestelt nog een glas whisky. Nog een drankje om zijn eenzaamheid te verzachten. Ik wil naar hem toegaan en hem vragen wat hij hier doet. Voor het eerst in mijn leven doe ik het niet. Ik doe dat namelijk altijd, praten met mannen die er eenzaam uitzien. Ik praat met ze, leer ze kennen en val als een baksteen voor ze. Op zoek naar een band, een illusie, een romance of een moment van liefde. Misschien ben ik wel degene die eenzaam is.

Na twintig helse minuten waarin de hele collectie van Abba wordt gedraaid, moet ‘Dries’ naar de wc. ,,Wel hier blijven hoor, jou laat ik nooit meer gaan,’’ zegt hij terwijl hij met zijn dronken kop naar het toilet zwalkt. Ik grijp mijn kans, wurm me tussen de mensen en ga naast twee dansende stelletjes staan. Een oude man kijkt me verbaasd aan. ,,Hier dans je niet alleen op wijfie. Vraag gewoon één van die jochies of ze met je willen dansen,’’ zegt hij hoofdschuddend en wijst naar de jongen met de groene ogen. In mijn ooghoek zie ik dat hij er nog zit. Zijn groene ogen kijken naar niemand. Hij neemt niet de moeite om een gesprek te voeren. Voor hem ligt een notitieblok, waar teksten instaan. Herinneringen aan deze geweldige avond? Ik hoop het niet. Eigenlijk wil ik gewoon naar buiten lopen, maar waar moet ik heen? Ik zit vast.

Zijn ogen vinden die van mij. Melancholische groene parels die diep in mijn bruine ogen kijken, ondanks de afstand.

De klok slaat één uur. De barvrouw loopt naar het einde van de bar, laat haar vingers over de cd-speler glijden en zet een ander nummer op. Tom Waits met het nummer  I hope that i don’t fall in love with you. Stelletjes gaan massaal zitten, alsof ze zich niet in de tekst kunnen verplaatsen. De meesten hebben de tent verlaten. Zelfs ‘Dries’ is spoorloos. Een pak van mijn hart. Het drukke café verandert in een mum van tijd in een oase van rust. Alsof er nooit gedanst is. Alsof er geen mensen waren. Alsof de nacht die zo hard begon, zo langzaam voorbij kruipt. Ik neurie zachtjes mee en leun tegen één van de Spaanse afbeeldingen aan de muur. Er valt een stukje karton naar beneden. De Spaanse moeke op de plaat mist nu een neus. Ik kijk of de jongen met de groene ogen het gezien heeft. Ik denk het niet. Hij is aan het schrijven. Plotseling legt hij zijn pen neer en kijkt om zich heen. Zijn dromerige ogen vinden die van mij. Melancholische groene parels die diep in mijn bruine ogen kijken, ondanks de afstand van drie meter. Ik bespeur een twinkeling en lach naar hem. Hij lacht niet terug. Naast hem is een stoel vrij. Hij kijkt ernaar, fronst en staat op. Blijkbaar is zelfs een gesprek teveel moeite. Ik voel me afgewezen, terwijl daar geen enkele reden voor is.

Mijn telefoon gaat. ,,Ik sta voor je deur, waar ben je?’’ vraagt mijn moeder met een vrolijke stem. Ik antwoord dat ik binnen tien minuten thuis ben. Ik pak mijn portemonnee en vraag om de rekening. ,,Oh, die is allang betaald door de jongen die hier zat,’’ zegt Leny terwijl ze met haar sigaret naar de lege barkruk wijst. ,,Volgens mij zag hij je wel zitten meid.’’ Zou het? Ik kan het me amper voorstellen. Mijn ogen glijden door de inrichting van Costa del Sol. Ik wil hem bedanken maar zijn vijfdagenbaard is nergens te bekennen. Na een paar seconden zoeken, concludeer ik dat hij er waarschijnlijk vandoor is. Alsof deze avond slechts een vage herinnering is. Ik pak mijn tas, kijk nog één keer naar de Spaanse afbeeldingen op de muur en stap de duisternis in. Het is beter zo. Ik ben te vaak verliefd geweest. Tot nu toe heeft het me nooit wat opgeleverd.


 

 

10 thoughts on “I hope that I don’t fall in love with you. Part one.”

    1. Die van Derek komt als het goed is van de week. Ik ga het direct twitteren als het op zijn website staat.

      Ben blij dat je het mooi vond. 🙂

  1. Precies wat ik ook bij Derek heb gezegd. I love it. Ik had deze al gelezen, maar voordat ik wilde reageren wilde ik zijn deel lezen. Het is supernice. Steekt aan alle kanten als een film in elkaar. Ik voel haar, maar ik Derek zijn stuk voel ik de man. Het laat duidelijk zien hoe ingewikkeld het kan zijn en hoe verkeerd mensen kunnen handelen en daardoor (prachtige?) dingen weg kunnen gooien.

Leave a Reply

Your email address will not be published. Required fields are marked *

Brenda\\\\\\\'s Anti-spam *