‘IS-vrouwen waren vaak nog erger dan hun mannen’

Publication: De Tijd/L’Echo

Het IS-kalifaat stuikt ineen. Bijna elke dag brengt nieuwe gruwelen aan het licht. Die werden begaan door IS-mannen én vrouwen, getuigen als slavinnen misbruikte jezidivrouwen. ‘De IS-vrouwen brachten make-up bij ons aan vooraleer we werden verkracht.’

Vian (28) kan de slaap maar moeilijk vatten. Ze hoort steeds de schoten die klonken nadat militanten van Islamitische Staat (IS) haar man en andere jezidimannen uit haar dorp naar een afgelegen locatie hadden geleid. Ze denkt aan de gevangenis in Mosoel waar duizenden vrouwen en kinderen als oorlogsbuit werden verzameld en waar ze tussen het vuil beviel van haar jongste zoon. Of aan de slavenmarkt waar IS haar naartoe bracht om te verkopen.

Het is inmiddels viereneenhalf jaar geleden dat IS de jezidi’s aanviel, maar Vian wordt meerdere keren per week zwetend wakker door nachtmerries. De markt in Raqqa was gevestigd in een woonhuis. Er kwamen strijders van IS langs om jezidi-meisjes en vrouwen uit te zoeken. Ze kochten er twee of drie, soms meer. Waren de strijders ze beu, dan werd er onderling geruild, herinnert de moeder van drie kinderen zich. ‘De strijders namen ze mee naar de kamer naast de onze om ze te verkrachten. Sommige meisjes waren nog maar negen jaar. Ze gilden en krijsten: ‘Help me.’ Iedereen die er iets over zei of iets probeerde te doen, werd bont en blauw geslagen’, zegt Vian, die op een matras in een krappe tent zit.

In Syrië werd ze verkocht aan een strijder uit Libië die al twee vrouwen had. De echtgenotes lieten haar het hele huis schoonmaken, vernederden en sloegen haar. ‘Waarom ben je hier?’, riepen ze voortdurend. ‘Ik antwoordde huilend dat mijn kinderen en ik daar niet vrijwillig waren, maar dat geloofden ze niet. Ze waren jaloers omdat hun man me had gekocht en ze behandelden me als een huisslaaf.’

Vian en haar drie kinderen wonen in het ‘Vrouwenkamp’, een klein kamp in de Koerdische regio in het noorden van Irak dat zijn naam te danken heeft aan het feit dat bijna alle vrouwen hier verkocht werden als slavin. Dergelijke kampen zijn er in de hele regio. Ze schoten als paddenstoelen uit de grond toen IS in augustus 2014 de jezidi’s in het district Sinjar aanviel, de mannen vermoordde en de vrouwen en kinderen als slaaf gevangen nam. 400.000 jezidi’s raakten ontheemd.

Doorverkocht

‘De vrouwen van Daesh (de Arabische naam voor IS, red.) waren vaak nog erger dan hun mannen’, klinkt het in elke tent. Jezidivrouwen getuigen dat IS-vrouwen, ook buitenlandse, hen als indringers zagen en dag en nacht voor zich lieten werken. Hun verhalen zijn erg gelijklopend. ‘Een van de mannen die mij kocht, had al twee vrouwen. Ik moest alles in huis doen en als ik in hun ogen iets fout deed, sloegen ze me. Huilde ik, dan sloegen ze nog harder, terwijl ze me uitscholden voor ‘ongelovige’. Een jaar heb ik gevangengezeten in dat huis, met die vrouwen. Nadat hun man gesneuveld was, verkochten ze me door’, zegt Jelan (24), die even verderop woont en net als Vian vier jaar lang werd doorverkocht.

De strijd om het laatste deel van het kalifaat van de kaart te vegen nadert zijn einde. Op internationale zenders is continu te zien hoe tienduizenden IS-vrouwen, ook Europese, en hun kinderen, wegvluchten uit het Syrische Baghouz, het laatste gebied dat de terreurgroep nog in handen heeft. Vrouwen in het zwart, met kinderen op de arm, van wie de meesten in het kalifaat zijn geboren. Ze willen naar huis, zeggen de jihadistes.

Make-up

Volgens Pari Ibrahim, een Nederlandse jezidi en oprichtster van de hulporganisatie Free Yezidi Foundation, zijn de IS-vrouwen per definitie schuldig omdat ze zich vrijwillig hebben aangesloten bij een genocidaire, terroristische organisatie. ‘Het plegen van genocide, misdaden tegen de mensheid, massaverkrachtingen, moord, marteling en gedwongen religieuze bekering: IS-vrouwen hebben ingestemd en bijgedragen aan de meeste gruwelijke misdaden’, zegt ze. ‘In veel gevallen hielden de IS-vrouwen de jezidivrouwen opgesloten. Sommigen lieten de jezidi’s douchen, gaven ze kleren en deden hun make-up voordat ze werden verkracht.’

Het frustreert Pari Ibrahim dat er zo veel aandacht is voor IS-vrouwen, terwijl de internationale gemeenschap de misdaden tegen de jezidi’s nooit serieus genomen lijkt te hebben, ook al gebruikten de Verenigde Naties het woord ‘genocide’. ‘IS-vrouwen en mannen geloven dat ze het recht hebben de hele wereld te regeren. Ze hebben enkel spijt omdat ze de oorlog hebben verloren. Ze zouden dezelfde misdaden nogmaals plegen.’

Geen spijt

Dat velen geen spijt hebben, blijkt uit veel reportages uit Syrië. ‘God is groot, de Islamitische Staat zal blijven bestaan’, schreeuwen de vrouwen. Een Belgische IS-vrouw vertelde aan een Koerdische journalist dat ze kwaad is omdat België als coalitiepartner in de strijd tegen IS ‘zijn vrouwen en kinderen heeft vermoord’.

De Europese landen zitten niet te wachten op terugkeerders uit het kalifaat, laat staan op de harde kern die tot op het allerlaatste moment in het bolwerk Baghouz bleef. Ibrahim wil dat de IS-leden vervolgd worden voor de misdaden tegen de jezidi’s én dat jezidi’s de kans krijgen te getuigen, in plaatselijke rechtbanken of voor een internationaal tribunaal.

In de tentenkampen in Noord-Irak wordt het nieuws over buitenlandse IS-vrouwen gelaten gevolgd. De ontheemden hebben andere zorgen. Van de 6.417 ontvoerde jezidi’s worden er nog altijd 3.000 vermist. Daarnaast zijn alleen in Sinjar al 60 massagraven ontdekt. Ze worden niet onderzocht wegens de politieke en militaire spanningen tussen Bagdad en de Koerdische regering, die beide claimen recht te hebben op Sinjar. Terug naar die stad gaan kan en wil niemand. Van wederopbouw is amper sprake. Er is een ernstig tekort aan ziekenhuizen, scholen en andere voorzieningen. Daarom wonen 300.000 ontheemden nog altijd in kampen. De situatie is er zo uitzichtloos dat 100.000 jezidi’s naar het buitenland zijn gevlucht.

Vermisten

In het Vrouwenkamp heeft niemand nog een man. Die worden sinds de aanval door IS vermist. Waarschijnlijk zijn ze vermoord en in een massagraf gedumpt. Ook van Soads vader en zussen ontbreekt ieder spoor. De 20-jarige werd jarenlang als slavin verkocht aan strijders totdat een Amerikaanse IS-vrouw haar op een slavenmarkt kocht. ‘Sam was goed voor me. Ze kocht me om me te beschermen. Ze behandelde me als haar eigen kind. Ze troostte me, gaf me te eten en te drinken’, zegt ze in een krot, waar ze samen met haar moeder woont. Maar de Amerikaanse bleek ook niet op te kunnen tegen haar man, een IS-strijder met wie ze vier kinderen had. ‘Ze probeerde me te beschermen tegen de verkrachtingen, maar werd dan zelf door hem in elkaar geslagen. Het was een gruwelijke man. Gelukkig kwam hij om en konden we eindelijk met zijn allen vluchten.’

Ze is duidelijk over de IS-mannen. ‘Europa moet hen niet terugnemen. Ze zouden het zo weer doen. Ze verdienen het levenslang in de gevangenis te belanden of de doodstraf te krijgen.’ Verdient de Amerikaanse IS-vrouw een zware straf? Soad schudt haar hoofd. ‘Zonder haar had ik het niet gered.’ Maar dat betekent niet dat de vrouwen ermee weg mogen komen, zegt ze. Soad ziet het liefst dat geval per geval bekeken wordt wie wat heeft gedaan.

Er zijn ook mannen die in de kampen op nieuws over hun vermiste geliefden wachten. Khudeda zoekt dag en nacht naar zijn vrouw en kinderen. Ze werden allemaal gekidnapt toen IS zijn dorp bestormde. Ooit had hij een eigen casino en een goedlopend cateringbedrijf. Nu woont hij in een tent en probeert hij met slechtbetaalde baantjes een inkomen te vergaren. ‘Ik heb niks meer’, zegt Khudeda met tranen in zijn ogen. ‘IS heeft ons vernietigd. Onze levens zijn voor altijd kapot.’ Zijn dochter Martina (12) werd als huisslavin verkocht aan Iraakse IS-families. Daar werd ze uitgehongerd, geslagen en vernederd, totdat de familie aan wie ze was verkocht besloot te vluchten. Martina belandde in een ontheemdenkamp en werd een half jaar geleden herenigd met haar vader. ‘Het was alsof ze uit de dood was opgestaan. Dat gaf me ook hoop. Misschien leven mijn vrouw en andere kinderen nog’, zucht Khudeda.

Deze reportage kwam tot stand met steun van het Fonds Pascal Decroosvoor Bijzondere Journalistiek.

Leave a Reply

Your email address will not be published. Required fields are marked *

Brenda\\\\\\\'s Anti-spam *