‘Je wist nooit wie ze die nacht zouden verkrachten’

Publication: De Tijd

Drie jaar nadat Islamitische Staat duizenden vrouwen en kinderen ontvoerd heeft uit de jezidigemeenschap, is de helft van hen nog altijd vermist. Wie na jaren gevangenschap bevrijd werd, is ernstig getraumatiseerd en geïndoctrineerd. Hulp van de overheid hoeven de jezidi’s niet te verwachten.

Ze is graatmager en loopt gebogen door nierproblemen, maar dat is verre van haar grootste zorg. Khazal, een moeder van twee zoontjes van 4 en 5 jaar, krijgt amper financiële hulp, laat staan mentale zorg om het trauma van haar gevangenschap te verwerken. Op de vraag hoeveel militanten van Islamitische Staat (IS) haar kochten, kan ze geen antwoord geven. ‘Maar het waren er veel’, fluistert de 24-jarige vrouw, zittend in een snikhete tent in Iraaks Koerdistan.

Khazal: ‘De nachten waren het ergst, je wist nooit wie ze die nacht zouden uitkiezen om te verkrachten.’ FOTO: BRENDA STOTER

Khazal werd samen met 6.500 andere jezidi-vrouwen en kinderen gekidnapt toen IS in augustus 2014 het district Sinjar in Noord-Irak aanviel. Duizenden jezidi-mannen werden geëxecuteerd en in massagraven gedumpt. De vrouwen en meisjes werden verkocht op slavenmarkten en vervolgens verkracht door jihadisten van de terreurgroep. Sommigen waren amper negen jaar oud.

Houten stokken

Een aantal IS-strijders woonde in grote huizen die dienstdeden als slavenmarkten of bordelen. Anderen kwamen speciaal naar Raqqa om vrouwen en meisjes te kopen, herinnert Khazal zich. ‘De nachten waren het ergst. Je wist nooit wie ze die nacht zouden kiezen om te verkrachten. Weigeren was geen optie, dan werden we geslagen met houten stokken. We werden continu mishandeld en vernederd, ook door de vrouwen van IS-strijders.’

Een paar maanden geleden werden Khazal en haar kinderen bevrijd door smokkelaars. Ze werden ondergebracht in Iraaks Koerdistan, waar honderdduizenden gevluchte jezidi’s wonen. In het kolossale kamp in de verte staan talloze rijen tenten omringd door een ijzeren hek. In dit formele opvangkamp – een van de velen – was geen plek meer, dus weken de nieuwkomers uit naar de kale vlaktes aan de overkant.

De buurvrouwen van Khazal werden allemaal jarenlang als slaaf door IS verkocht. Na hun recente bevrijding zetten ze met bakstenen, cement en tentzeilen zelf een onderkomen in elkaar. ‘Niemand stelt het hier goed’, vertelt Khazal, die zware antidepressiva en slaappillen slikt. ‘We hebben geen geld, zijn ziek en hebben geen mannen meer om voor ons te zorgen. En de internationale gemeenschap is ons al lang vergeten.’

Duivelsaanbidders

IS heeft er nooit een geheim van gemaakt de etnisch-religieuze gemeenschap als een zorgvuldig uitgekozen doelwit te zien. Slavernij zou volgens de regels van de sharia zijn. De jezidi’s houden er bijzondere rituelen en gewoonten op na, waaronder het niet eten van sla en het bidden naar de zon. Ze geloven in een pauwenengel die als een bemiddelaar tussen hen en god wordt gezien. Volgens IS zijn de jezidi’s daarom duivelsaanbidders. De Verenigde Naties spreken over een volkerenmoord.

De helft van de gekidnapte jezidi’s wordt nog altijd vastgehouden door IS. Terwijl de vrouwen en meisjes werden verkocht aan strijders, wachtte de jongens een heel ander lot: zij werden door IS getraind om te strijden en aanslagen te plegen. Toen IS in 2014 zijn woonplaats Kocho binnenstormde, werd de toen 11-jarige Majdal van zijn moeder en zussen gescheiden, waarna IS hem naar een kindertrainingskamp bracht.

Onthoofden

De jongens werden dag en nacht geïndoctrineerd met gewelddadige propaganda. Ze leerden bommen in elkaar te zetten, kregen les in het onthoofden van ongelovigen en werden via de maaltijden gedrogeerd en vervolgens het strijdveld opgestuurd. ‘Na het eten voelde ik me onoverwinnelijk, een held zelfs. Als ze me toen hadden gevraagd mezelf in brand te steken, ik had het zo gedaan’, zegt Majdal verdrietig terwijl hij een IS-propagandavideo toont waarin hij te zien is.

IS plaatste met opzet kinderen in de frontlinie om de kogels en granaten op te vangen voor de volwassen strijders. ‘We moesten onder meer tegen het Vrije Syrische Leger vechten. IS plaatste met opzet kinderen in de frontlinie om de kogels en granaten op te vangen voor de volwassen strijders. Veel van de jongens in mijn unit kwamen om, onder wie een andere gekidnapte jezidi-jongen.’

In april werd de tiener bevrijd. Majdal krijgt voorlopig geen psychologische hulp en gaat ook niet naar school. ‘De eerste weken zei hij bijna niets. Iedere nacht sliep ik naast hem, omdat ik me zorgen maakte. Majdal lag vaak te woelen en had nachtmerries’, zegt zijn broer Bahjat. ‘Maar we zien vooruitgang. Ik geloof niet dat hij gebrainwasht is. Dan zou hij zich anders gedragen.’

Weinig hoop

Wie zijn de jezidi’s?

De jezidi’s zijn een etnisch-religieuze gemeenschap uit Noord-Irak. Wereldwijd leven er volgens schattingen 2 miljoen jezidi’s. Ze geloven in één god en in de pauwenengel Taus Melek. Het is een gesloten religie. Zo mogen jezidi’s niet buiten hun gemeenschap trouwen en is bekering niet toegestaan. Kuisheid en eer dragen ze hoog in het vaandel. Hun heilige bedevaartsoord Lalish ligt ten noorden van de Iraakse stad Mosoel. De jezidi’s zelf noemen zich liever ‘ezidi’, dat staat voor het ‘volk van god’. Ze zijn al eeuwen slachtoffer van vervolging door vijandige buren of regimes, maar kregen pas wereldwijde media-aandacht door de laatste genocide door Islamitische Staat.

Ook jezidi’s die niet door IS ontvoerd zijn, hebben weinig hoop op een betere toekomst. Drie jaar na de aanval door IS bivakkeert driekwart van de 500.000 jezidi’s nog steeds in tentenkampen. Terugkeren naar Sinjar kunnen ze niet. Op de puinhopen van hun verwoeste dorpen en steden woedt momenteel een politieke en militaire strijd tussen de Koerdische regering, de Iraakse regering en de rebellenbeweging PKK, die allemaal een ander deel van het gebied controleren.

Maar velen willen helemaal niet terug. Sinds 2014 zijn er al 90.000 jezidi’s uit Irak vertrokken, aldus de Koerdische regering. De jezidi’s geven aan dat ze al 74 genocides hebben meegemaakt, aanvankelijk door de Ottomaanse heersers, maar ook onder dictator Sadam Hoessein en door extremistische moslims. Ze voelen zich dan ook niet meer veilig in een gebied waar ze ‘omringd zijn door vijanden’.

Khazal hoopt binnenkort te emigreren naar Canada, een land dat jezidi’s met open armen ontvangt. ‘Ik was zo blij toen ik ontsnapte, maar toen kwam ik hier en ontdekte ik dat we aan ons lot worden overgelaten. Er is hier niets meer voor ons’, besluit ze.

Wie zijn de jezidi’s?

De jezidi’s zijn een etnisch-religieuze gemeenschap uit Noord-Irak. Wereldwijd leven er volgens schattingen 2 miljoen jezidi’s. Ze geloven in één god en in de pauwenengel Taus Melek. Het is een gesloten religie. Zo mogen jezidi’s niet buiten hun gemeenschap trouwen en is bekering niet toegestaan. Kuisheid en eer dragen ze hoog in het vaandel. Hun heilige bedevaartsoord Lalish ligt ten noorden van de Iraakse stad Mosoel. De jezidi’s zelf noemen zich liever ‘ezidi’, dat staat voor het ‘volk van god’. Ze zijn al eeuwen slachtoffer van vervolging door vijandige buren of regimes, maar kregen pas wereldwijde media-aandacht door de laatste genocide door Islamitische Staat

Leave a Reply

Your email address will not be published. Required fields are marked *

Brenda\\\\\\\'s Anti-spam *