Niemand kijkt om naar stervende kinderen in openluchtgevangenis

Publication: De Tijd

In het belegerde Oost-Ghouta is een groot tekort aan medicijnen, elektriciteit en voedsel. Toch laat het Syrische regime slechts sporadisch noodhulp toe en bestookt het het gebied met luchtbombardementen. Honderden burgers dreigen te sterven als ze niet snel geëvacueerd worden.

Toen Fayez Orabi (48) vier jaar geleden vanwege de aanhoudende gevechten vanuit Damascus naar Oost-Ghouta vluchtte, had hij nooit verwacht in een openlucht- gevangenis terecht te komen. In zijn nieuwe leefgebied is een tekort aan zowat alles. Elektriciteit is er slechts twee uur per dag en het schaarse voedsel is onbetaalbaar. Zo kost een kilo suiker inmiddels 42 euro en zijn de broodprijzen vijftig keer zo hoog als in Damascus.

Hoewel de hoofdstad slechts op 15 kilometer ligt, kunnen de bewoners in Oost-Ghouta niet heen en terug reizen. Ze zitten vast. ‘Het is een deprimerende situatie, mensen zijn echt wanhopig. Je ziet kinderen met bolle buikjes door de honger, zonder vet onder hun bleke huid, starend naar de leegte in de verte’, zegt Orabi, een arts met een eigen amputatie- en rehabilitatiepraktijk in het belegerde Oost-Ghouta, aan de telefoon. ‘Een patiënt vertelde dat zijn dochter midden in de nacht wakker werd van de honger. Maar hij had niets in huis. Hoe leg je aan een klein kind uit dat het geen eten krijgt?’

Afval spitten

De situatie op straat is grimmig. Iedere ochtend ziet Orabi hoe ouders en hun kinderen van huis naar huis struinen om door het puin en afval te spitten. Ze zoeken naar voedsel, en naar hout dat ze kunnen verbranden, want de winters in Syrië zijn bitterkoud. ‘Daar komt nog eens bij dat veel woningen geen deuren of ramen meer hebben. Die zijn vernield bij bombardementen’, vertelt Orabi. ‘In al die jaren dat ik hier woon, heb ik nog geen dag zonder luchtaanvallen meegemaakt.’

Photo: White Helmets

De Syrische president Bashar al-Assad wil Oost-Ghouta heroveren. Het is een van de laatste rebellenenclaves waar 400.000 burgers wonen. Het gebied werd bekend toen er in 2013 een grote aanval met chemische wapens plaatsvond, waarbij honderden doden vielen. Vier jaar later wordt het nog altijd belegerd door de troepen van Assad, die strenge beperkingen heeft opgelegd op de invoer van voedsel, medicijnen en humanitaire hulpgoederen.

De situatie was altijd al moeilijk, maar werd pas echt dramatisch toen in februari de laatste smokkeltunnels werden afgesloten. Ook de voedselkonvooien van de Verenigde Naties geraken slechts sporadisch in het gebied omdat het regime noodhulp blokkeert.

‘De meeste mensen eten maar één maaltijd per dag, sommigen nog minder. Eten is simpelweg onbetaalbaar geworden’, zegt Bayan Rehan (31), een medewerkster van de stichting The Day After in Oost-Ghouta. ‘Zelfs het water is niet geschikt voor consumptie. Het is vervuild en mensen worden er ziek van.’

Veevoeder

De afgelopen weken verschenen verscheidene foto’s op sociale media van uitgemergelde en gewonde kinderen, van wie enkele overleden zijn. In een rapport van afgelopen oktober van het VN-wereldvoedselprogramma WFP was te lezen hoe burgers in Oost-Ghouta gedwongen zijn afval en veevoeder te eten. Unicef, de kinderrechtenorganisatie van de VN, waarschuwt dat 12 procent van alle kinderen onder de vijf jaar lijdt aan acute ondervoeding – het hoogste cijfer sinds de start van de oorlog in Syrië.

Humanitaire organisaties smeken de Syrische regering al maanden om de ernstig zieken met spoed te evacueren. SAMS (Syrian American Medical Society) waarschuwt dat 641 mensen dringend medische hulp nodig hebben. Hun situatie is zeer ernstig en varieert van kanker en acute ondervoeding tot verwondingen door oorlogsgeweld.

Kinderen als inzet

Afgelopen week sloten de Syrische regering en de rebellengroep Jaish Al-Islam een deal. In ruil voor 29 gevangenen werd toegezegd 29 hulpbehoevenden te evacueren uit Oost-Ghouta, van wie 18 kinderen. Maar voor twee van hen, onder wie een zes maanden oude baby, kwam de hulp te laat. Zij bleken al te zijn overleden toen de ambulance langskwam om hen op te halen.

Ahmad Tarakji van SAMS vindt het verschrikkelijk dat onderhandeld wordt op de rug van zieke kinderen. ‘Er is een gebrek aan medicijnen tegen chronische ziekten, antibiotica en aan voorzieningen om aangeboren ziektes te behandelen. En de konvooien van de VN – als ze al doorgelaten werden- bevatten tot nu toe weinig of slechte medicijnen. Daarom zijn al 19 burgers die op de lijst voor medische evacuatie stonden overleden’, zegt hij.

Ondervoede kinderen en volwassenen zijn extra vatbaar voor ziektes. Een simpele griep of infectie kan al fataal zijn, als er geen medicijnen zijn om de ziekte te behandelen. Mahmoud Adam, lid van de Syrische hulporganisatie de Witte Helmen in Douma, vreest dat nog veel meer mensen zullen overlijden. ‘Het leven hier is ondraaglijk, Oost-Ghouta is een van de verschrikkelijkste plekken op aarde. Vandaag nog is een jongetje overleden aan kanker omdat de medicijnen op waren’, aldus de hulpverlener.

Verhongeren of overgeven

Assad hanteert al jaren een tactiek van ‘verhonger of geef je over’-belegeringen in combinatie met heftige luchtbombardementen om grondgebied terug te winnen. Dat gebeurt tot afschuw van westerse regeringen en mensenrechtenorganisaties, die het regime al jaren beschuldigen van oorlogsmisdaden. Assads regering daarentegen beschuldigt rebellengroepen ervan burgers als menselijk schild te gebruiken.

Na de val van Aleppo vorig jaar en het einde van Islamitische Staat (IS) zit de Syrische president weer stevig in het zadel. Dat heeft hij voornamelijk te danken aan Iran en Rusland. In ruil voor militaire steun hebben Iran en Rusland een grotere rol, of zelfs hegemonie, in het Midden-Oosten verworven.

Dokter Fayez Orabi

Het was dan ook geen verrassing dat de laatste ronde VN-vredesbesprekingen in Genève een jaar geleden nergens op is uitgedraaid. Volgens VN-onderhandelaar Staffan de Mistura ligt de schuld bij het regime. De speciale Syrië-gezant liet weten dat Syrië niet bepaald zijn best deed om een dialoog met de rebellen en de VN aan te gaan. Het Syrische regime heeft er nooit een geheim van gemaakt alle opstandelingen als terroristen te zien. Al sinds het begin van de oorlog geeft Assad aan ‘tegen terroristen te vechten’.

De achtste ronde vredesbesprekingen ging zo goed als onopgemerkt voorbij. Orabi kijkt er niet vreemd van op. Net als Adam en Rehan heeft hij het idee dat de wereld Syrië is vergeten. Toch koestert hij nog altijd hoop dat de situatie in Oost-Ghouta snel verandert. ‘We kunnen niets anders. Hoop is het enige dat we nog hebben’, besluit Orabi.

Leave a Reply

Your email address will not be published. Required fields are marked *

Brenda\\\\\\\'s Anti-spam *