Niet Laura H., maar het verhaal van de slachtoffers verdient aandacht

‘Een verhaal dat verteld moet worden.’ Voor een seconde dacht ik dat ik één van mijn eigen tweets las. Deze zin wordt immers in bijna ieder hoofdstuk van mijn boek Het vergeten volk herhaald. Toen bleek dat het weer over Laura H. ging, moest ik even slikken. Want als er één verhaal ondergesneeuwd raakte in de IS-mediastorm, dan is dat het verhaal van de slachtoffers. Vooral de Jezidi’s, die massaal werden uitgemoord en tot slaaf gemaakt, verdienen onze aandacht.

Weet je wie ook altijd vond dat haar verhaal verteld moest worden? Nadine, een Jezidische vrouw die ik in 2017 ontmoette in Iraaks-Koerdistan. Nadat IS het Sinjargebergte met grof geweld had bestormd, werd ze verkocht aan een 25-jarige jihadist uit Jemen. Toen ze weigerde seks met hem te hebben, vergreep hij zich uit wraak aan haar dochter. ‘Mama, help me,’ riep het meisje. Nadine schreeuwde en bonkte op de ramen, maar niets hielp. Dat het meisje nog maar tien jaar was, geloofde de Jemeniet niet. Of het deed hem gewoon niets – van IS mocht je meisjes vanaf acht jaar verkrachten.

Na jarenlang te zijn verkocht en verkracht, wist Nadine eindelijk te ontsnappen. Zonder haar dochter, want de jihadist had Nadine aan een andere terrorist verkocht, en besloot het kind te houden. Sinds ze in gevangenschap van elkaar gescheiden werden, hebben de twee elkaar niet meer gezien. Huilend, wanhopig en met veel gruwelijke details vertelde ze mij haar verhaal. Er zijn nog altijd momenten dat ik er slecht door slaap.

Nadine is slechts één van de honderden slachtoffers die ik de afgelopen jaren gesproken heb voor Het vergeten volk, een boek over de genocide op de Jezidi’s. Duizenden mannen en jongens werden vermoord door de terreurgroep, hun vrouwen en kinderen gekidnapt en op slavenmarkten verkocht, en hun jongste zoons in trainingskampen gebrainwasht. Dit alles valt onder genocide, aldus de VN, omdat hiermee een poging werd gedaan het Jezidi-volk voorgoed van de kaart te vegen.

In een land met als nationaal motto ‘opdat we nooit vergeten’ zou je denken dat recente genocides volop aandacht krijgen. Maar afgezien van nieuwsitems, en hier en daar een reportage ter plaatse, hoor je weinig over de Jezidi’s. Aan de talkshowtafels van prime time programma’s schitteren ze door afwezigheid, terwijl er toch best wel wat vluchtelingen in Nederland wonen die dolgraag hun verhaal willen vertellen.

Niet alleen de Jezidi’s trouwens, want ook sjiieten, christenen, soennieten (alle slachtoffers eigenlijk) worden amper gehoord in de mediastorm met steeds weer dezelfde uitgekauwde vraag: ‘wat te doen met Nederlandse IS-ers?’ Laatst nog een Syrische of Iraakse activist of een gevluchte christen aan de talkshowtafels gezien? Vast niet. Zoals advocaat Jillis Roelse in zijn ingezonden brief aan NRC schreef: ‘Het allerbelangrijkste perspectief, dat van de slachtoffers van Nederlandse Syriëgangers, ontbreekt.’

Over Nederlandse jihadisten wordt daarentegen volop gesproken. Talloze wetenschappers, journalisten en documentairemakers hebben zich er de afgelopen jaren over gebogen. Was er een ontwikkeling, zoals toen de IS-vrouwen en hun kinderen in het Al-Hol kamp belandden, dan was het onderwerp maandenlang niet van de buis te slaan. Soms was de discussie kritisch en interessant, maar veel vaker was het vooral gejank over hoe slecht ze het wel niet hadden in de Koerdische kampen.

Werden de Jezidi’s en ik dan nooit gebeld door de talkshows? Soms, maar alleen als er een ‘tegengeluid’ nodig was. Maar in een omgekeerde wereld waarin de honderdduizenden slachtoffers van IS niet meer hét geluid zijn, kwam zelfs het zogenaamde tegengeluid niet eens door de eindredactie. Jezidi’s werden afgebeld, en ik werd vervangen door een terrorisme-expert die net een boekje had geschreven over IS-vrouwen.

Afgelopen week was het weer tijd voor Laura H., want na het boek en een serie komt Toneelgroep Oostpool binnenkort met een voorstelling. Direct kwam er een stroom van kritiek op gang. Ook ik was verontwaardigd. Niet zozeer om de toneelvoorstelling an sich, maar om het gebrek aan aandacht en respect voor de slachtoffers. Terwijl de lijken van de Jezidi-mannen, jongens en oudere vrouwen nog niet eens geborgen zijn, er nog 2.800 Jezidi-vrouwen en kinderen worden vastgehouden door IS, en honderdduizenden wegteren in ontheemdenkampen, krijgen kalifaatgangers nu al een prachtig podium.

Afschuwelijk, vinden ook de Jezidische organisaties. Terwijl de toneelgroep vast druk aan het repeteren was, schreef de Free Yezidi Foundation (FYF) een statement over Omaima, een Duitse IS-vrouw die recentelijk veroordeeld is voor slavernij van een Jezidi-meisje. Dit kwam pas aan het licht toen journalisten Harald Doornbos en Jenan Moussa een oude telefoon van haar vonden met bewijsmateriaal. Voor die tijd liep ze gewoon vrij rond in Duitsland na haar terugkeer uit het kalifaat. ‘Wij geloven dat er veel meer Omaima’s rondlopen in Europa en elders, alleen hebben we het bewijsmateriaal nog niet gevonden,’ schreef FYF.

Dat weet ik wel zeker. In mijn boek staan verschillende getuigenissen van Jezidi-vrouwen die gekocht werden door een IS-strijder die al één of meerdere vrouwen had. Negen van de tien Jezidi’s hadden zeer nare ervaringen met deze vrouwen, die ze bijna allemaal omschrijven als ‘nog erger dan de mannen’.  Ze werden door hen vernederd, mishandeld, en dag en nacht aan het werk gezet. Sommige jihadistes waren zelfs jaloers op de Jezidi’s, omdat hun echtgenoot ‘gemeenschap’ met ze had. ‘Want seks hebben met een slaaf is geen verkrachting,’ hoorde ik een IS-vrouw ooit tegen een reporter zeggen.

Een Jezidi-meisje in het ontheemdenkamp. Zij werd gelukkig niet door IS gekidnapt.
FOTO: BRENDA STOTER

IS-vrouwen waren ook werkzaam op de slavenmarkt. Ze deden de make-up van de Jezidi’s, dwongen hen ordinaire kleding aan te trekken, en maakten vervolgens foto’s. De foto’s werden veelvuldig verspreid op sociale mediakanalen, met prijzen, leeftijden en uiterlijke kenmerken. IS-vrouwen sloten Jezidi’s ook op in hun eigen huis of in slavenhuizen, hoorde ik van de slachtoffers.

‘Ho ho ho, er was geen bewijs dat Laura betrokken was bij dergelijke gruweldaden.’ Dat klopt. Des te zorgelijker dat het ‘kalifaatmeisje’ nu wordt gezien als een symbool voor álle Nederlandse IS-vrouwen. De meeste jihadistes in Al-Hol zijn namelijk geen spijtoptanten zoals Laura, maar fanatici die achter de misdaden van IS stonden én staan. Mensen die willens en wetens vertrokken naar het kalifaat om volgens de ‘regels en wetten van Allah’ te leven. De rol van IS-vrouwen was weliswaar huiselijk, maar onmisbaar: alleen door te trouwen en kinderen te krijgen kun je een staat opbouwen. Hiermee steunden ze het misdadige systeem dat genocide mogelijk maakte.

Dat wordt trouwens amper erkend, ook niet door Laura zelf. Een jaar nadat  Laura H. uitkwam was ik voor een debat in de Balie. Te gast waren onder andere de schrijver van het boek, Thomas Rueb, de actrice die Laura zou gaan spelen, en een paar deskundigen. Ook Laura was er. Ze droeg toen een zelfgeschreven tekst voor over de mishandelingen door haar echtgenoot en het verschrikkelijke leven in het kalifaat. Ze had spijt dat ze haar kinderen dit had aangedaan, vertelde ze snikkend. De mensen in de zaal snotterden.

Ook ik pinkte een traantje weg. Niet alleen omdat ik medelijden had met haar kinderen, maar ook omdat medelijden voor alle andere kinderen  ontbrak. Laura had het geen enkele keer over de lokale bevolking. Geen enkele keer benoemde ze de misdaden van IS. Geen enkele keer gaf ze toe dat vrouwen zoals zij IS lieten groeien. Geen enkele keer toonde ze spijt voor wat de organisatie waar ze zich bij had aangesloten de mensen dáár had aangedaan.

Toen Laura in 2015 naar Syrië vertrok, waren de misdaden al lang bekend. Het was het jaar na de start van de genocide op de Jezidi’s; IS verdiende goud geld met de verkoop van Jezidi’s op markten. Journalisten, activisten, hulpverleners, minderheden en andere ‘afvalligen’ verschenen om de haverklap in executievideo’s. Europa leefde in angst vanwege aanslagen, waaronder die op de redactie van Charlie Hebdo. Miljoenen vluchtelingen in Irak en Syrië. Onthoofdingen op straat. Massamoorden. Massagraven. Ik kan zo nog wel even doorgaan.

Jade Olieberg, de actrice die Laura H. gaat spelen in het gelijknamige toneelstuk, zei bij Op1 dat ze de rol heeft aangenomen omdat ze niet wil weglopen van het complexe verhaal over daderschap versus slachtofferschap. Die complexiteit waar zij op doelt, is in feite heel simpel. ‘Of je nou sociaal buitengesloten wordt, een rotjeugd hebt gehad of een hekel aan Amerika hebt: niks rechtvaardigt het om je aan te sluiten bij terroristen die elfjarige meisjes verkrachten,’ aldus Allard, een genocide-onderzoeker, in Het vergeten volk.

De afgelopen weken dacht ik veel aan Nadine, de Jezidi-moeder die haar kind al jaren niet heeft gezien. Of had, want inmiddels zijn moeder en dochter met elkaar herenigd in Iraaks-Koerdistan. Een paar maanden terug dook haar dochter, nu zeventien jaar, ineens op in het Al-Hol kamp in Syrië. Ja, zelfs daar werd ze nog gevangen gehouden door IS-vrouwen. Nadine woonde toen al in Canada. Samen met Tineke Ceelen van Stichting Vluchteling, en een heleboel andere vrijwilligers, hebben we het voor elkaar gekregen dat ze elkaar weer konden zien.

Ik kreeg nog een tranentrekkend filmpje en een paar foto’s. Moeder en dochter, arm in arm. Na jarenlang in een door IS gecreëerde hel te hebben geleefd, zijn ze eindelijk op weg naar een betere toekomst. Verwerk dat maar eens in een talkshow, voorstelling of serie. Dan heb je pas een verhaal dat verteld moet worden.

Het zijn lastige tijden voor de journalistiek, vooral nu, tijdens de coronacrisis. Een bijdrage wordt dan ook zeer gewaardeerd. Dan kan ik weer nieuwe artikelen schrijven. 🙂 Let op: het bedrag kun je zelf aanpassen. 

Donate € -
Please follow and like us:
error2
fb-share-icon20
Tweet 20
fb-share-icon20