Parels in een zee van verhalen

Rwanda, 1994. Een klein meisje zit in een hoekje. Bevend. De kamer ruikt naar zweet, angstzweet. De geur is misselijkmakend. Tegenover haar staan vijf soldaten. Ze houden haar onder schot. ‘Je bent een hoer, je moeder is een hoer en je zusje ook. Tutsihoeren!’ Het meisje huilt. Ze weet niet eens wat een hoer is. Voor straf haalt één van de mannen uit met zijn geweer. De klap laat een afdruk in haar gezicht achter. Het brandt. Een stroompje bloed sijpelt uit haar neus. Opeens lopen ze de kamer uit. Stilte. Haar bonkende hart wordt kalmer.  Even rust. Maar dan komen ze terug, met haar moeder. De angstige vrouw wordt tegen de muur gezet. ‘Nee, ik beloof voortaan geen Tutsi meer te zijn,’ huilt het meisje. De trekker gaat over. Niemand hoort haar tranen. Na afloop lopen ze naar het moederloze kind toe.  Ze grijnzen vals.

Zeventien jaar later vertelt ze het verhaal. Ze was nog maar negen toen haar wereld instortte. Toen haar hele familie vermoord werd. En toen ze na het aanschouwen van deze slachtpartij zelf dertien keer verkracht werd. De erfenis van de Rwandese genocide heeft ze eindelijk achter zich gelaten. Vandaag lacht ze namelijk voor het eerst.

Rotterdam 2010. Een 21-jarige jongen staat op de tribune tijdens een wedstrijd van zijn favoriete club Feyenoord. Het bier vloeit rijkelijk. Iedereen is vrolijk.  Yes, Feyenoord scoort. Hij grijpt zijn vriendin en geeft haar wel tien zoenen. ‘Ik hou van je Shirley’.  Om hem heen juichen de supporters. Tranen springen in zijn ogen. Hij geniet zo godsgloeiend verdomde erg. Hij heeft zijn vriendin, zijn vrienden en zijn Feyenoord. Wat wilt een mens nog meer? De stekende pijn in zijn maag negeert hij, die bestaat even niet. De wedstrijd, dat is nu belangrijk. Hij leeft man, hij leeft. Een paar weken na het duel lopen zijn vrienden, familieleden en zijn vriendin achter zijn roodwitte kist aan. Drie maanden nadat de jonge knul te horen kreeg dat hij een ongeneeslijke vorm van kanker had. Feyenoord won die dag misschien een wedstrijd, maar verloor tegelijkertijd een superfan.

Caïro, 2011. Een 48-jarige man komt thuis na een lange zakenreis. Hij tilt zijn vrouw op, kust zijn stiefdochter en trekt direct een fles wodka open. ‘There is no place like home’ juicht hij opgetogen. Zijn vrouw is blij. Ze heeft hem te lang moeten missen, die geweldige vent haar.  Allebei gescheiden met  kinderen uit een eerder huwelijk. Ze kennen elkaar uit hun jeugd, maar het lot bracht hen nu pas bij elkaar. Ach ja, beter laat dan nooit, lachen ze. De rest van hun leven duurt nog lang, de avond niet. Rond middernacht is de fles leeg.

Drie weken na deze heuglijke avond komt hij op een dag niet thuis. De vrouw is ongerust. Het politieke klimaat is onrustig, zo net na de revolutie. Maar dan gaat de bel. Blij doet ze open. Het geluk is van korte duur. Voor de deur staan twee agenten. ‘Mevrouw, uw man heeft een auto-ongeluk gehad. Hij is dood.’ En zo zei ze gedwongen vaarwel tegen de liefde van haar leven, die ze te kort, maar toch zolang kende.

Deze mensen kennen elkaar niet. Het enige wat ze gemeen hebben, ben ik. Ik heb ze ontmoet, door mijn ogen of door de ogen van anderen. Het was alsof ik hun ziel inkeek.  Drie prachtige mensen, mooi in het kwadraat. Van binnen en buiten, van links naar rechts. Mensen zoals jij en ik. Zij raakten mijn hart, hun lot raakte mijn hart. En dat lot heeft ze belazerd, in het kwadraat staat tot de macht triljoen. Het was hun tijd nog niet. Dat is zeker.

Als ik baal van mijn haar of van de ellende om me heen, denk ik terug aan deze personen. Aan hun verhalen, hun moed en aan hun lach. Op zo’n moment kruip ik achter mijn computer. Voor het AD, voor mezelf of voor de nabestaanden. Zij zijn de reden dat ik urenlang in een autistische trance achter mijn beeldscherm zit en de wereld om me heen vergeet. Zij zijn de reden dat ik schrijf, dat ik vertel en dat ik deel. Zodat jullie voortaan allemaal weten wie Angela Durungi, Bobby Coenraad en Alaa El Ghadban zijn. Zij leven voort in het hart, en op papier. Parels in een zee van verhalen. En die zee is oneindig.

Tekst geschreven voor Paginagroots, een literatuurmiddag voor jonge schrijvers en opkomend talent. Voor meer informatie kunnen jullie contact opnemen met organisator Derek Otte via www.derekotte.nl

4 thoughts on “Parels in een zee van verhalen”

    1. Dank je Samia! Als je even een paar minuten hebt, staat er zo een nieuw verhaaltje van mij op. Over de liefde… 😉

  1. Beste Brenda,

    Bobby was de zoon van mijn man( stiefzoon vind ik zo’n rotwoord). Wat is het fijn om zijn naam zo tegen te komen. Indrukwekkend ook. Bobby was een geweldig mens en we missen hem vreselijk! Maar het doet ons echt goed dat hij niet vergeten wordt.
    Dank je wel!
    Jeannette Coenraad-Cok

Leave a Reply

Your email address will not be published. Required fields are marked *

Brenda\\\\\\\'s Anti-spam *