Paul Kagame, president van Rwanda. ‘Wij smeken niet om geld’

Geschreven voor de Elsevier, januari 2012

Rwanda- Met een streng en economisch succesvol beleid wil Rwandese president Kagame het genocide-verleden begraven. Maar hij krijgt ook veel kritiek.

De president ziet zichzelf als een eenvoudige man. Iemand die het beste wil voor zijn volk, zegt hij. Paul Kagame is sinds 2000 staatshoofd van Rwanda, het Midden-Afrikaanse land met een snel groeiende economie en strikte regels. ‘Vuile straten vind je hier niet en corruptie is er nauwelijks. Maar Rwanda is ook het land van de genocide, waar in 1994 de Hutu’s de Tutsi’s te lijf gingen. In honderd dagen werden 800.000 Tutsi’s en 100.000 Hutu’s vermoord.’ De president somt de feiten op in een rap tempo, alsof hij dit iedere dag doet.

Rwandezen worden nog iedere dag geconfronteerd met de wrede geschiedenis, benadrukt Kagame. Zelf is hij de zoon van een in 1960 uit Rwanda verdreven Tutsi. Hoewel er in het nieuwe Rwanda na de genocide niet meer mag worden gesproken over ‘Hutu’s en Tutsi’s’, verraden zijn lange gestalte en fijne gelaatstrekken zijn afkomst. ‘Na de genocide moesten de twee bevolkingsgroepen worden herenigd. Hutu’s en Tutsi’s bestaan niet meer, iedereen is Rwandees.’ Kagame praat zacht. Zijn serieuze antwoorden wisselt hij af met een schelle lach die door het parlementsgebouw in de hoofdstad Kigali galmt.

Waar andere Afrikaanse landen achterblijven, wordt Rwanda gezien als het Zwitserland van Afrika. Het land trekt nieuwe ICT-investeerders aan, de meerderheid van het parlement bestaat uit vrouwen en het agrarisch stappenplan helpt arme boeren. Dat is nodig in een land waar 60 procent van de bevolking onder de armoede grens leeft, verklaart de president.

‘Na de genocide zaten we aan de grond. Als je niets hebt, heb je ook niets te verliezen. Er waren geen scholen, geen ziekenhuis en geen voorzieningen. Nu krijgen arme gezinnen een koe en brengen we verlichting aan in dorpen.’

Streng maar rechtvaardig, noemt Kagame zijn beleid. Maar in het Westen heeft de Rwandese regering geen beste reputatie. In diverse vernietigende rapporten wordt de regering beschuldigd van het uit de weg ruimen van politieke tegenstanders en kritische journalisten. De president lijkt er niet van onder de indruk. ‘De beschuldigingen zijn vals. Mensen die iets over ons land schrijven, zijn hier vaak niet eens geweest. Kritiek is er altijd, daar ben je de president voor.’

Bovendien zegt Kagame dat hij juist vanwege het verleden ‘extra alert’ is op negatieve uitlatingen in de media. In de maanden voor de slachtpartij werden Hutu’s via de radio opgehitst tegen de ‘Tutsikakkerlakken’. En daarmee houdt voor hem de discussie op.

Eén van zijn politieke tegenstanders is oppositieleider Victoire Ingabire, een Rwandese Hutu die zeventien jaar als vluchteling in Nederland heeft gewoond. Zij werd tijdens de verkiezingen in 2010 opgepakt wegens ‘genocidale ideologie’, een misdrijf waar een gevangenisstraf van 25 jaar op staat. Hoewel Ingabire claimt onschuldig te zijn, houdt de president voet bij stuk. ‘Ze manipuleerde het volk en vertelde leugens. Het ministerie heeft bewijsmateriaal waaruit blijkt dat ze een terroristische groepering in Congo financieel steunt. Deze terroristen zijn van plan de genocide in Rwanda te voltooien. Niemand staat boven de wet, ook Ingabire niet.’

Ook de ‘gacacarechtbanken’ leunen op dit principe. Deze traditionele Rwandese volksrechtbanken werden door het hele land opgezet om de honderdduizenden verdachten snel te berechten en moest een bijdrage leveren aan de verzoening tussen daders en slachtoffers. De meeste daders kregen een lichte straf of werden vrijgesproken als de slachtoffers hen vergaven. Alleen de hooggeplaatste daders, zoals legerleiders, werden door het Rwanda Tribunaal berecht.

Dat veel moordenaars hierdoor in vrijheid naast de slachtoffers leven, is volgens Kagame de prijs die de Rwandezen moeten betalen om het land te herenigen. ‘Miljoenen Rwandezen hebben tijdens de genocide een misdaad gepleegd. Als zij allemaal in de gevangenis belanden, houden we geen land meer over. Er kleeft bloed aan onze handen, dat weten we, maar we moeten elkaar vergeven. 75 procent van de bevolking was betrokken bij de genocide. Er zijn geen schuldigen, iedereen is slachtoffer.’

Intussen probeert Kagame vooral de economische situatie te verbeteren. Dat doet hij niet helemaal zelfstandig. Na de genocide in 1994 was Nederland één van de eerste landen die humanitaire hulp verleende. Kagame weet dat in Nederland de ontwikkelingshulp onder druk staat, maar benadrukt dat hij het geld goed kan gebruiken. ‘De financiële steun gaat naar projecten die de samenleving helpen opbouwen. Als de Nederlandse regering besluit het ontwikkelingsgeld stop te zetten, zouden we dat jammer vinden. Maar Rwanda is een trots land: krijgen we niets, dan krijgen we niets. We gaan er niet om smeken.’

Biografie Paul Kagame

Paul Kagame werd geboren op 23 oktober 1957 in het oost- Rwandese dorp Ruhango. Vanwege het toenemende geweld tegen Tutsi’s vluchtte het gezin in 1960 naar Oeganda, waar Kagame dertig jaar van zijn leven doorbracht. Hij brak zijn studie af om zich aan te sluiten bij de guerrillabeweging die in de zomer van 1985 in Oeganda de macht overnam. Kagame kreeg de functie van militair officier. In 1990 keerde hij terug naar zijn geboorteland Rwanda. Na de genocide in 1994 werd Kagame eerst minister van Defensie en vicepresident. In 2000 werd hij gekozen tot president. Kagame is getrouwd met Jeannette Nyiramongi. Samen kregen ze vier kinderen.

Leave a Reply

Your email address will not be published. Required fields are marked *

Brenda\\\\\\\'s Anti-spam *