De Arabische droom? Gedwongen trouwen in Jordanië

Publicatie: Groene Amsterdammer

HIGHLIGHT: Het aantal kindhuwelijken onder Syrische vluchtelingen is door de oorlog enorm gestegen. Cultureel-religieuze tradities en economische malaise doen ouders besluiten hun dochters uit te huwelijken.

Tientallen Syrische vrouwen drommen voor de afgebladderde deur van de Jordanian Women’s Union. In het vrouwencentrum in Al-Khaldeya, een kleine stad op honderd kilometer van de Jordaanse hoofdstad Amman, worden vandaag hulpgoederen uitgedeeld. De tassen met voornamelijk schoonmaakmiddelen vinden gretig aftrek onder de vluchtelingen; allemaal proberen ze snel een pakket te bemachtigen. ‘Sorry, dit was de laatste’, klinkt het opeens vanuit de deuropening. De vrouwen die mis hebben gegrepen kijken beduusd. Dan worden ze boos. Schreeuwend, duwend en trekkend proberen ze het gebouw te betreden. Een paniekerig kijkende medewerker probeert met man en macht de menigte tegen te houden, wat uiteindelijk lukt. De deur valt in het slot.

Te midden van de chaos zit Fatima op een plastic stoel op de veranda, de schouders gebogen en enigszins ineengedoken. Al die tijd kijkt ze niet op of om. Als de vrouwen het terrein hebben verlaten en de stilte is teruggekeerd, legt ze uit dat ze sinds kort als seizoenarbeider op het platteland werkt. ‘Mannen staren altijd als ik aan het werk ben op het veld, soms vallen ze me zelfs lastig. Ik voel me er ongemakkelijk onder, wil niet dat ze me zien’, zegt ze, vluchtig wijzend naar de zwarte sluier op haar hoofd.

Ik ontmoette Fatima in 2015, anderhalf jaar geleden, toen ik in Jordanië was voor een reportage over Syrische vluchtelingen. Sinds de start van het Syrische conflict ben ik er meermalen geweest. Fatima was vijftien jaar oud, en al twee keer gescheiden. Haar eerste echtgenoot was een 46-jarige man uit Saoedi-Arabië die al twee vrouwen had. Eens in de paar maanden reisde hij naar Jordanië om zakelijke deals te sluiten. Tijdens deze bezoeken kwam hij in contact met Fatima’s tante, met wie hij zijn plannen voor het huwen van een derde vrouw besprak. Zij had wel een geschikte kandidaat voor ogen: haar veertienjarige nichtje. In eerste instantie voelde Fatima’s vader er niets voor om zijn dochter op zo’n jonge leeftijd uit te huwelijken, maar toen hij erachter kwam dat de Saoediër rijk en vroom was, veranderde hij van gedachten.

De familie van Fatima was in 2013 van Homs naar Jordanië gevlucht. Eenmaal daar stapelden de financiële problemen zich op. ‘Mijn vader kan niet werken vanwege een beschadiging van de wervels in zijn rug, en ons spaargeld verdampte snel. Als oudste, thuiswonende dochter voelde ik me tot last. Dus toen de lokale sjeik vroeg of ik met de Saoediër wilde trouwen, zei ik ja.’

De bruiloft was kleinschalig, er was geen reden voor een groot feest. Fatima was net veertien geworden toen ze met de Saoediër naar een huurappartement in de Jordaanse stad Mafraq verhuisde. Tenminste, dat dacht ze. ‘Na acht dagen samen bracht hij mij terug naar mijn ouders. Mijn man wilde tijd met zijn andere vrouwen in Saoedi-Arabië doorbrengen. Maar hij kwam niet meer terug, en reageerde nukkig wanneer ik belde.’ Na drie maanden vroeg ze om een scheiding. De Saoediër ging akkoord. Hij stuurde duizend dollar naar Fatima’s familie, dat hij beloofd had te geven als het huwelijk zou stranden. Ook de bruidsschat mochten ze houden. Fatima heeft hem nooit meer gezien.

Een paar maanden later diende een nieuwe huwelijkskandidaat zich aan, ditmaal een 34-jarige gescheiden Jordaniër met vijf kinderen die al drie huwelijken achter de rug had. Op verzoek van haar familie stemde Fatima nogmaals in met een huwelijk. Wie anders zou haar, een gescheiden vrouw die geen maagd meer was, willen hebben?

Fatima deelt flarden van oude fantasieën die ze in haar geboorteland had, zoals trouwen met een knappe, lieve jongeman, na het afronden van een opleiding. ‘Zoals die mannen die je in Amerikaanse films ziet’, zegt ze met zachte stem, en frummelt aan de gouden knopen van haar donkerblauwe jas.

De realiteit werd dat ze op haar twaalfde van school af moest, en dat haar tweede man ook allesbehalve een Romeo was. ‘Na de huwelijksvoltrekking brachten we een nacht samen door. â Ga maar terug naar je familieâ , zei hij daarna, en belde mijn vader om de scheiding te regelen. Geld kregen we niet, hoewel dit wel afgesproken was. Mijn ouders waren boos.’

Terwijl de burgeroorlog in Syrië doorwoekerde, zochten een miljoen vluchtelingen hun toevlucht in de Jordaanse monarchie. Naast problemen als stijgende huurprijzen, een hoge werkloosheid en een verhoogde terreurdreiging bracht de Syrische oorlog nog een ander probleem met zich mee: early marriages, oftewel kindhuwelijken. Terwijl het aantal kindhuwelijken onder Jordaanse vrouwen daalde tot acht procent trouwden Syrische vluchtelingen juist steeds jonger. In 2012 trouwde achttien procent van de Syrische meisjes onder de achttien jaar, in 2015 was dit percentage gestegen naar 35.

Een van de redenen waarom vluchtelingen hun dochters uithuwelijken, is om de financiële lasten te verlichten. Jordanië is dan wel een veilig land, het leven voor vluchtelingen is er uitzichtloos. Slechts een klein percentage vluchtelingen krijgt toestemming van de regering om te werken, en als ze toestemming krijgen, gaat het vooral om laaggeschoolde banen, bijvoorbeeld in de landbouw. Meer dan tachtig procent van de Syrische gezinnen in Jordanië leeft onder de armoedegrens, blijkt uit onderzoek. Een uitgehuwelijkte dochter is een mond minder om te voeden, stelt Fasel Rebihat Beni Khaled, directrice en psycholoog van de Jordanian Women’s Union in Al-Khaldeya. ‘De situatie voor Syriërs wordt met de dag moeilijker. Veel wanhopige families zien het huwelijk als een financiële kans voor hun dochters. De meisjes of vrouwen denken zelf ook vaak dat trouwen de oplossing voor alles is, met name als ze ongeschoold zijn. Het tegenovergestelde is waar. Veel van deze huwelijken eindigen al snel in een scheiding.’

Jonge vrouwen en tienermeisjes uit arme gezinnen zijn extra kwetsbaar voor misbruik en uitbuiting, legt ze uit. Niet alleen in Jordanië, maar ook in landen als Libanon en Turkije. Fasel wordt vaak gebeld door Syrische vluchtelingen die in nood zitten, in en buiten het dorp. Eerder kreeg ze een huilende jonge vrouw aan de lijn die door haar kersverse echtgenoot naar het buitenland was meegenomen. ‘Eenmaal daar begon hij haar te slaan en sloot haar op in huis. Ze kon geen kant op, zat letterlijk en figuurlijk vast in een gewelddadig huwelijk’, zegt de directrice.

Ook meisjes en vrouwen die gescheiden zijn belanden vaak in een isolement. Families schamen zich en houden hun gescheiden dochter het liefst thuis. Zo hulde de familie van Fatima zich na haar mislukte huwelijken in zwijgen, alsof ze nooit plaats hadden gevonden. De ene keer doet haar vader poeslief – Fatima denkt dat hij zich schuldig voelt – terwijl haar moeder soms om niets tegen haar uitvalt. Daarom vertelde Fatima haar ouders niet dat ze in verwachting was van haar laatste man. Alleen haar zus in Libanon lichtte ze telefonisch in. Samen met haar regelde ze pillen om een miskraam op te wekken.

Ooit had Fatima een goede vriendin van haar leeftijd bij wie ze dag en nacht terecht kon. Maar het meisje trouwde met een man uit Koeweit en vertrok. ‘Het liefst had ik de baby gehouden, maar dat zou een nog grotere schande zijn geweest. Nu voel ik me zo alleen en depressief. In ieder geval zal ik nooit meer trouwen.’

Anderhalf jaar na mijn ontmoeting met Fatima loop ik door Za’atari, het grootste vluchtelingenkamp van Jordanië. Van de tachtigduizend vluchtelingen komt meer dan de helft uit Dara’a, een Syrische provincie aan de grens met Jordanië. Het zijn met name ondernemers, smokkelaars en handelaren, die altijd al het hoofd boven water wisten te houden in een gebied dat door de Syrische regering verwaarloosd werd. Vandaag de dag kent het kamp zo’n 2500 winkels die gerund worden door vluchtelingen in de hoofdwinkelstraat Shams Elysees. Er zijn ook scholen, ziekenhuizen, moskeeën en werkplaatsen, verdeeld over twaalf districten. Zestig procent van de arbeidsgeschikte bevolking in het kamp heeft een soort van inkomen.

Za’atari is niet langer een tijdelijke noodoplossing: het is thuis. Maar hoewel het vluchtelingenkamp steeds meer op een stad begint te lijken, is het ook een plek van frustraties, uitzichtloosheid en vervlogen dromen, een plek waar mensen alles kwijt zijn behalve hun herinneringen en tradities. Tijdens mijn eerste bezoek aan Za’atari jaren geleden gingen er al geruchten rond over meisjes die in het kamp aangerand of verkracht waren, evenals talloze verhalen over rijke mannen uit Saoedi-Arabië of de Golfstaten die er een jonge bruid ‘kochten’. Deze verhalen hakten er flink in bij de bewoners, die zich vernederd voelden.

Door verbeterde veiligheid en strengere toelatingseisen – buitenstaanders mogen zonder toestemming het kamp niet in, en bewoners er niet zomaar uit – behoren de verhalen over verkrachtingen en rijke Saoediërs grotendeels tot het verleden. Maar het aantal kindhuwelijken is niet afgenomen. Integendeel, in Za’atari, waar bijna even veel bruidszaken als shoarmazaken zijn, is trouwen voor meisjes onder de achttien jaar eerder regel dan uitzondering. Een echtgenoot kan hen fysiek beschermen, en een huwelijk behoedt meisjes voor de schande van seks of een zwangerschap voor het huwelijk, is de gedachte.

Busra’s toekomstige echtgenoot zag haar voor het eerst toen ze van school naar huis liep door de stoffige zandstraten. Zij was veertien en nog nooit verliefd geweest, hij was 22 en op zoek naar een vrouw. Een paar dagen later stond hij voor de deur van de aan elkaar gekoppelde trailers waar de giechelende Busra en haar familieleden wonen sinds ze de oorlog in Syrië ontvluchtten. Of ze met hem wilde trouwen, was de vraag. Onder druk van haar vader zei Busra ja.

Op wat de mooiste dag van haar leven had moeten zijn, douchte ze uitgebreid, liet ze zich opmaken en trok ze een spierwitte trouwjurk aan. Denkend aan haar favoriete Bollywoodfilms probeerde Busra haar trouwdag te romantiseren. Toen ging de telefoon. ‘Het was een medewerker van de Jordaanse familiebescherming. Ze vertelden mijn vader dat als hij de bruiloft zou laten doorgaan hij een boete van duizenden euro’s zou krijgen, omdat ik te jong was. Het huwelijk werd afgeblazen’, vertelt Busra, zittend op een matras in de trailer die als woonkamer dient. ‘Ik was blij, want ik wilde helemaal niet trouwen.’

Als ze een paar maanden eerder was geboren was Busra nu een getrouwde vrouw geweest. Hoewel je voor de Jordaanse wet de minimumleeftijd van achttien jaar moet hebben bereikt om te mogen trouwen, mogen religieuze rechtbanken meisjes namelijk al op vijftienjarige leeftijd in de echt verbinden, mits alle partijen akkoord zijn.

In Za’atari en daarbuiten worden bovendien veel onofficiële huwelijken gesloten door lokale sjeiks. De huwelijken worden niet geregistreerd, maar gelden wel in de privé-sfeer. Ook meisjes van twaalf, dertien en veertien jaar gaan van de ene op de andere dag niet meer naar school.

‘Later blijkt dat ze getrouwd zijn, vaak met een (achter)neef of een ver familielid’, zegt Omaima Hoshan (14) die zelf sinds 2012 met haar ouders en vier broertjes in het kamp woont. Omaima maakte het van dichtbij mee. Toen haar beste vriendin op een dag niet meer op school kwam, bleek dat zij onder druk van haar vader getrouwd was met haar achttienjarige neef. Het meisje zelf was nog geen dertien. ‘Ze was de beste van de klas en wilde later dokter of ingenieur worden. Ze wilde helemaal niet trouwen, maar haar ouders dachten dat dit de beste optie was. Dat denken veel ouders hier’, vertelt Omaima.

Aangespoord door haar ouders en geïnspireerd door kinderrechtenactiviste Malala Yousafzai voert Omaima tegenwoordig campagne tegen vroege huwelijken in het kamp. Eerder deed ze dit door informeel met haar klasgenoten te praten. Nu geeft ze professionele workshops en (drama)lessen aan meisjes en hun moeders in de hoop hun op andere gedachten te brengen. Hiervoor werkt ze samen met Save the Children en Unicef. ‘Met vaders praat ik eigenlijk amper, ook vanwege mijn leeftijd’, zegt Omaima. ‘Dan krijg ik te horen: â Waar bemoei jij je mee? Je maakt ons te schande.â Daarom praat ik liever met de meisjes en vrouwen. Zij kunnen de mannen in hun familie proberen te beïnvloeden.’

Net als de meeste vluchtelingen in het kamp heeft de familie Hoshan verschillende trailers aan elkaar gekoppeld, een keuken gebouwd en een kleine binnenplaats aangelegd. Omaima heeft zelfs een eigen slaapkamer. Aan de muur hangt een zelfgemaakt kunstwerk met een pop, en op haar bed ligt een paarse prinsessendeken. Het is moeilijk voor te stellen dat sommige bewoners de jonge vrouwenrechtenactiviste oud genoeg vinden om te trouwen. Toch is er al een aantal keer om haar hand gevraagd. ‘Allemaal afgewezen’, lacht Thaer Hoshan, de vader van Omaima. Zelf geven meisjes en hun ouders aan dat jong trouwen bij hun ‘cultureel-religieuze traditie’ hoort. ‘De meeste vluchtelingen in Za’atari komen van het platteland in Syrië. Ook daar trouwden ze jong. Als je twintig bent en nog niet getrouwd, denken ze dat er wat mis is met je. De sociale controle is enorm. De mannen hier trouwen gemiddeld tussen de achttien en 25 jaar, en ze willen allemaal een jongere vrouw’, legt Omaima, die zelf uit de Syrische hoofdstad Damascus komt, uit.

Haar vader knikt: ‘Hoewel ik enorm trots ben op mijn dochter moet ik toegeven dat ik die druk ook voel. Ik probeer daar nu nog niet veel over na te denken – ze is nog zo jong. Maar soms schiet het door mijn hoofd: wat als Omaima dadelijk ouder dan achttien is, we nog steeds in Za’atari wonen, en ze geen man meer kan vinden?’

Meisjes en vrouwen blijven ook in traditionele rollen hangen door het gebrek aan toekomstperspectief in het kamp, voegt Omaima toe. ‘De scholen in het kamp zijn veel slechter dan in Syrië. Zelfs als je de beste van de klas bent, is de kans klein dat je hierna toegelaten wordt op een universiteit in de stad, simpelweg omdat je een vluchteling bent.’

Ontwikkelingsorganisatie Plan geeft aan dat de term ‘kindhuwelijk’ vaak synoniem is met een gedwongen huwelijk, gegeven de leeftijd van de meisjes en het feit dat één of beide partners vaak gedwongen worden. Het komt het meest voor in arme, patriarchale samenlevingen waar meisjes en vrouwen als inferieur aan jongens en mannen worden gezien en waar alle eindbeslissingen aan de vader zijn. Vrouwen zonder partner daarentegen zijn juist eerder tegen kindhuwelijken, zo blijkt ook uit een onderzoek van UN Women naar alleenstaande Syrische vluchtelingenmoeders.

Opvallend is dat veel Syrische moeders in Jordanië zelf ook piepjong waren toen ze trouwden en weinig tot geen inspraak hadden in hun partnerkeuze. Sommigen hebben daar nooit problemen mee gehad; ze wisten simpelweg niet beter en gingen misschien zelfs van hun partner houden. Maar anderen kijken vol wrok terug op hun verloren kindertijd, zoals Frial (38), een gezette vrouw die minstens tien jaar ouder lijkt dan ze is. Haar oudste zoon is inmiddels 25. ‘Mijn moeder was elf jaar toen ze trouwde, en mijn zus twaalf. Ze was zelfs nog nooit ongesteld geweest! Ik wilde helemaal niet trouwen, maar werd eveneens gedwongen door mijn ouders. Binnen een jaar kreeg ik mijn eerste kind. Het was verschrikkelijk. Ik was dertien jaar, en wist totaal niet hoe ik een baby moest verzorgen. Mijn tante deed alles.’

Frial, als een boeddha zittend op een gebloemd matras, roert door de warme chocolademelk met vellen. Het is bloedheet in de benauwde trailer. Met een wild gebaar trekt ze de sjaal van haar hoofd en veegt de zweetdruppels van haar voorhoofd. Gezien haar ervaringen in het verleden was ze allesbehalve blij toen haar dochter Ayat (14) op een dag thuiskwam met de mededeling dat ze wilde trouwen met een negen jaar oudere man die ze maar twee keer had gezien.

‘Maar ja, al haar vriendinnen trouwden één voor één. Die meisjes denken alleen maar aan de bruiloft en een mooie jurk. Ze zien alleen maar romantiek, de â Arabische droomâ , en denken niet aan later’, zegt Frial. ‘Ik was er fel op tegen, maar Ayats vader stemde in. Het huwelijk hield maar twee maanden stand. De man die ze zo graag wilde, bleek psychisch niet helemaal in orde. Hij sloeg haar, schold haar uitâ ¦’

Gelukkig is Ayat er sterker uit gekomen, vertelt Frial niet zonder trots. Zo kon ze vandaag niet bij het gesprek aanwezig zijn omdat ze een extra dienst moest draaien op het platteland. Nog liever had de moeder gezien dat haar dochter terug naar school ging, maar dat was geen optie, er moet tenslotte brood op de plank komen. Een duidelijke oplossing voor deze uitzichtloze situatie heeft ze niet. ‘Er moet in ieder geval iets gedaan worden aan de onwetendheid. Alleen zo kunnen we de toekomstige generaties beschermen’, besluit Frial, nippend aan de chocolademelk.

Sinds de oprichting van Za’atari hebben zich tientallen ngo’s permanent gevestigd in het kamp. De meeste organisaties hebben een ruim aanbod aan (voorlichtings)programma’s speciaal voor meisjes en vrouwen. Ze wijzen niet alleen op het belang van onderwijs, maar ook op de gevaren van kindhuwelijken.

Omaima stelt dat ze een aantal families heeft weten te overtuigen, maar geeft tegelijkertijd toe dat het een moeizame strijd is. ‘Laatst liep ik met een vriendin door het kamp. Ze vertelde vrolijk dat ze de bruiloft van een veertienjarig meisje aan het regelen was. â Waarom doe je dat? Je bent haar langzaam aan het vermoordenâ , riep ik toen. Het voelde ook een beetje als verraad. Ze weet tenslotte waar ik tegen strijd, en wat de gevolgen zijn.’

Meisjes zijn eerder slachtoffer van huiselijk en seksueel geweld door relatieproblemen. Zwangerschappen op jonge leeftijd kunnen leiden tot levensgevaarlijke complicaties, omdat het bekken van een meisjeslichaam nog niet volgroeid is. Nariman, de zus van Busra, was vijftien jaar toen ze trouwde met haar achterneef. Een paar maanden na het huwelijk kreeg ze een miskraam. ‘Of ik het kindje verloren ben vanwege mijn leeftijd? Geen idee’, zegt ze. Ze is inmiddels weer zwanger en moet over twee maanden bevallen. Naar school gaat ze al jaren niet meer.

Op de vraag of ze een goed huwelijk heeft, zegt Nariman het fijn te vinden om getrouwd te zijn. ‘Ik was ervan overtuigd dat hij een goede echtgenoot zou zijn. Maar ik vind wel dat er meer aandacht moet komen voor de gevaren van early marriages. Niet voor mij, maar voor anderen.’

Na het bezoek aan Za’atari besluit ik het vrouwencentrum in Al-Khaldeya nogmaals te contacteren. De directrice neemt de telefoon op. Ze klinkt gehaast. Het vrouwencentrum draait nog steeds overuren door de komst van tienduizenden vluchtelingen in de stad. Ik vertel Fasel dat ik een vervolgverhaal over Fatima wil maken, over of ze haar leven weer heeft kunnen oppakken na de gedwongen huwelijken. Misschien kan zij een afspraak regelen, net als de vorige keer? De directrice moet mij teleurstellen: ze weet niet waar Fatima woont. Het nummer waar ze vroeger op te bereiken was, werkt ook niet meer. ‘Een paar maanden geleden hoorden we via-via dat Fatima opnieuw getrouwd is, voor de derde keer. Met wie weten we niet. We hebben nooit meer iets van haar vernomen.’

Terwijl het aantal kindbruiden in de buurlanden van Syrië al jaren een groeiend probleem is, kwam het onderwerp in Europa pas weer op de politieke agenda te staan tijdens de vluchtelingencrisis. Tussen september 2015 en januari dit jaar kwamen ongeveer zestig kindbruiden naar Nederland, waaronder meisjes van dertien en veertien jaar. In de meeste gevallen ging het om Syriërs die in de vluchtelingenkampen van Libanon, Jordanië en Turkije werden uitgehuwelijkt. Een deel reisde met hun man naar Europa, anderen reisden hem na in het kader van gezinshereniging.

‘Men denkt dat het met name onder de meest recente vluchtelingengroep speelt: de Syriërs. Dat is niet zo. Kindhuwelijken en geweld tegen vrouwen zijn van alle tijden’, zegt Shirin Musa van Femmes for Freedom, een organisatie die opkomt voor vrouwen die in huwelijkse gevangenschap leven. De stichting zet zich al jaren in tegen kindhuwelijken. ‘Ook in Nederland vinden kindhuwelijken plaats. Niet alleen binnen de islamitische gemeenschap of de nieuwe groep vluchtelingen, maar ook binnen gemeenschappen als de Roma en Sinti. En het gebeurt veel vaker dan gedacht wordt.’

Ook in Duitsland trouwden afgelopen jaar zeker duizend meisjes voor hun achttiende. Het werkelijke aantal wordt echter nog veel hoger geschat, aangezien veel kindhuwelijken buiten het zicht van de autoriteiten plaatsvinden.

Tot voor kort werden kindhuwelijken in ons land erkend als ze in het land van huwelijkssluiting rechtsgeldig zijn, ook bij een kindhuwelijk. Maar in oktober vorig jaar nam de Eerste Kamer versneld het wetsvoorstel ‘tegengaan huwelijksdwang’ aan. Gehuwde minderjarige vluchtelingen worden nog wel toegelaten, maar hun huwelijk wordt niet (meer) erkend en ze worden onder voogdijschap geplaatst. Ook trekt het kabinet tot en met 2017 jaarlijks een miljoen euro uit voor de aanpak van gedwongen huwelijken. Het dwingen van iemand, minderjarig of meerderjarig, tot een huwelijk is strafbaar, aldus de rijksoverheid.

Maar de nieuwe wet kent mazen. Want hoe zit het met de informele, religieuze huwelijken die in het geheim worden gesloten? Of de huwelijken die in het buitenland plaatsvinden, waar de wettelijke leeftijd lager ligt? ‘Stel, een meisje van zestien gaat op vakantie in Somalië, waar zij uitgehuwelijkt wordt. Wat heeft zij aan de Nederlandse wet als ze terugkomt? Niets, omdat het huwelijk volgens het burgerlijk recht in Somalië is gesloten. En Pakistan erkent geen Nederlandse echtscheidingen. In beide gevallen zijn de meisjes nog steeds getrouwd voor hun gemeenschap en volgens het recht van het land waar ze getrouwd zijn. Daarnaast zijn er religieuze huwelijken in Nederland, waarbij bijvoorbeeld een imam het meisje trouwt, of waarbij het meisje radicaliseert en een islamitisch huiskamerhuwelijk sluit zonder imam. De man kan zo van haar scheiden, andersom niet. Huwelijkse gevangenschap is het gevolg’, zegt Shirin Musa, die zelf ook ooit vastzat in een religieus huwelijk en de zaak voor de rechter liet komen, met succes.

Ze pleit voor goede intakegesprekken door gekwalificeerde medewerkers met (Syrische) vluchtelingen – de minderjarige meisjes én hun mannen. Daarnaast zou er meer aandacht moeten komen voor het zelfbeschikkingsrecht van vrouwen tijdens de inburgeringscursussen. In inburgeringscentra zag ze bijvoorbeeld posters over homohuwelijken en antisemitisme hangen, maar geen over gelijke man-vrouwverhoudingen of dat een vrouw de baas is over haar eigen lichaam. ‘Je kunt mensen wel uit Syrië, Afghanistan of Iran halen, maar je haalt het geboorteland niet uit de mens. Vluchtelingen komen veelal uit patriarchale culturen, houden zich vast aan hun cultuur, en hebben een bepaalde kijk op man-vrouwverhoudingen. Zo mag je als moslima wel studeren, maar geen vriendje hebben. En als een meisje die keuze toch maakt, is ze de sjaak.’

Leave a Reply

Your email address will not be published. Required fields are marked *

Brenda\\\\\\\'s Anti-spam *