‘Je hoort gesuis en dan gegil’ Vatbommen slopen in Aleppo de ene woonwijk na de andere

Publicatie: Algemeen Dagblad

KILIS- Terwijl de wereld zich met andere conflicten bezighoudt, gaat het drama in Syrië gewoon door. De vatbommen, olievaten vol explosieven en metaal, worden nog steeds vanuit helikopters op woonwijken gegooid. ‘Waarom doet niemand iets?’

In een park op een paar kilometer afstand van Syrië staart de 57-jarige Amal voor zich uit. Het is inmiddels 2 dagen geleden dat ze halsoverkop uit Aleppo vluchtte, maar dat het hier in Turkije veilig is, beseft ze nog niet.
Dag en nacht was ze bang dat haar appartement het volgende doelwit zou zijn. Amal is moe. Slapen lukte niet in Syrië. ,,Eerst hoor je gesuis, dan een knal en vervolgens beginnen mensen op straat te gillen, soms wel twintig keer op een dag,” zegt ze zachtjes. ,,Bashar al-Assad roeit ons uit.”
Amals drie dochters zitten naast haar in het gras en even verderop speelt Soufiane (7) met zijn oom. Bij de aanblik van haar kleinzoon vloeien de tranen rijkelijk. Dochter Merwa geeft stilzwijgend een zakdoekje. Amal: ,,Zijn vader heeft ons hierheen gebracht en is toen terug naar Syrië gegaan. Nu vraagt Soufiane iedere dag of papa nog leeft.”

Nieuwe golf
De afgelopen weken wordt het noorden van Syrië overspoeld door een nieuwe golf van geweld. De chemische wapens zijn sinds enige maanden geruimd, maar daar heeft het regime een vervanging voor gevonden: vatbommen. De inzet van deze olievaten, gevuld met de springstof TNT, spijkers en andere troep, zijn goedkoop en veroorzaken enorm veel schade.
Op de spaarzame momenten dat Amal zich buiten waagde, schrok ze zich een ongeluk. Hele wijken waren opgeblazen, inclusief scholen, woningen en winkels. Mensen werden onder het puin vandaan gehaald, sommigen dood, anderen verminkt. ,,De hel op aarde,” zegt ze verdrietig.
De aanvallen leidden tot een nieuwe exodus van paniekerige mensen die naar veiliger gebied vluchtten, veelal in Turkije. Met slechts het hoognodige aan bagage en betraande gezichten komen zij aan bij Bab Al-Hawa, de Turks-Syrische grens.
Op de hoek ligt het vluchtelingenkamp Kilis. Vluchtelingen kunnen zich hier direct registreren. Gewonde Syriërs zijn welkom in het Turkse ziekenhuis naast het kamp. ,,Dit kan de wereld toch niet goedkeuren? Waarom doet niemand iets?” roept de 26-jarige Hassan aan het ziekenhuisbed van zijn ernstig gewonde broertje Mohammed (15).
Drie weken geleden was Mohammed nog een normale, gezonde tiener. Ondanks de oorlog voetbalde hij met zijn vrienden en deed hij boodschappen voor zijn moeder. Op een dag ging hij naar de bakker om wat brood te halen toen de knallen plotseling dichterbij kwamen. Mohammed viel op de grond en verloor het bewustzijn. ,,Een paar minuten later probeerde ik op te staan, maar dat ging niet. Ik miste iets,” vertelt hij, ogenschijnlijk emotieloos.
Mohammed werd behandeld in een veldhospitaal in Syrië, maar vanwege de complexiteit van de verwonding werd hij met de ambulance naar Turkije vervoerd. Turkse dokters probeerden zijn been te redden, tevergeefs, en amputeerden het vanaf de knie. Sinds de oorlog hebben Syriërs amper toegang tot medische voorzieningen in het thuisland. Ziekenhuizen werden verwoest en er zijn bijna geen dokters meer. Ook is er een chronisch gebrek aan medicijnen.

Hoogtepunt
Hoewel de verwoestende vatbommen eerder in het Syrische conflict werden ingezet, bereikten de aanslagen de afgelopen weken een nieuw hoogtepunt. Maar dat de meeste gedropt werden tijdens de vredesbesprekingen in Genève, verbaasde iedereen toch wel een beetje. Vanaf 22 januari – de start van de vredesbesprekingen – tot midden februari vielen er naar schatting vijfduizend doden.
De meeste mensen kwamen om in het noorden, vooral in en rond de stad Aleppo. Met gemiddeld negentig dodelijke slachtoffers per dag zorgen de vatbommen voor een snelle toename van het aantal doden.
De oorlog in Syrië wordt met meer dan 140.000 doden en miljoenen vluchtelingen als één van de grootste rampen van deze eeuw beschouwd. Na het gebruik van gifgas door het Syrische regime eind augustus, dreigden de Verenigde Staten in te grijpen, maar dat plan werd al snel van tafel geveegd. Nu, en half jaar later, lijkt de wereld zich geen raad te weten met de situatie in Syrië.

Rebellen
De Syrische regering zegt de bommen op oppositiegebieden te gooien om zo de extremistische rebellen uit schakelen. Getuigen verklaren echter dat het regime het allang niet meer op de oppositie, maar op burgers heeft gemunt. ,,De ene wijk na de andere woonwijk wordt gebombardeerd, systematisch. Assad wil de burgers verdrijven,” zegt een Syrische activist uit Aleppo.
De afgelopen weken zag hij de straten steeds stiller worden. Iedereen was bang. De vatbommen zijn krachtig genoeg om appartementsgebouwen te slopen en in één klap tientallen mensen te doden of te verminken.

Leave a Reply

Your email address will not be published. Required fields are marked *

Brenda\\\\\\\'s Anti-spam *